Blinddoeken af, oogkleppen weg!

Het aantal personen dat in Nederland asiel willen hebben kruipt door de migratiestroom uit de Oekraïne naar de 100.00 en de opvangcapaciteit droogt op. Tijdens de Algemene Beschouwingen had de migratieproblematiek uitgebreid aan de orde moeten komen.

Had moeten komen en dat is opnieuw niet gebeurd. De redenen kunnen snel opgelijnd worden: gevoelig, weinig kennis, geen zin, andere zaken prioriteit etc. Bij diverse discussies en debatten is de beperkte kennis, het gebrek aan inzicht in de materie en het ontbreken van de wil om de problematiek tastbaar te maken helder aan de oppervlakte gekomen. Het gros van de “deskundigen” in de diverse fracties benadert de problematiek vanuit de heup kuchend op basis van onderbuikgevoelens en emoties. Door het voortdurend negeren van vragen over migratiekosten verzandt  een debat, een discussie als die een keer gevoerd wordt, herhaaldelijk in vingerwijzen en namecalling.    

‘Vluchtelingen’. Afb: pixabay

Het migratie beeld is complex: te veel beelden, te veel differentiatie, variantie en variatie, waardoor het onmogelijk schijnt te zijn om een onderbouwde mening te hebben resp. te vormen. Laat staan daarvoor beleid te concipiëren, te implementeren, op bruikbaarheid en toepasbaarheid te toetsen en te controleren. Onder de huidige omstandigheden hebben Parlement en Rechterlijke macht (complexe wetgeving; zoeken van de Staat naar de uiterste begrenzingen van de wet bij arbeidsmigratie) een grotere rol gekregen bij het reguleren van migratie.

Er zijn – getuige de vele overheid en particuliere rapporten – in de afgelopen 50 jaar veel data op tafel gekomen, maar die zijn slechts bij een beperkte geïnteresseerde/betrokken elite (deels) bekend geworden, omdat er krachten werken onder de noemer relativeringscircuit die data van tafel (wil) houden. Voor het relativeringscircuit zijn niet feiten maar “goed zijn “en “goed voelen” relevante criteria bij een eventueel debat over de migratie problematiek.

Informatie genoeg; interesse afwezig; kennis rudimentair

Ik vraag me af wie van de parlementsleden de bestaande rapporten, boeken, essays en manuscripten diepgaand bestudeerd hebben om bij een debat goed beslagen ten ijs te komen?

Boeken van Fortuyn; 1991 toespraak van Bolkenstein “de integratie van minderheden” voor het congres van de Liberale Internationale in Luzern; boeken van Thilo Sarrazin,; 1999 rapport over fraude “Binnen zonder kloppen” van  Lakeman; 2003 rapport “Immigration and the Dutch Economy” van Roodenburg (CBP); 2005 rapport “Wegsturen of Binnenhalen” van Emmen en Walsink; 2007 rapport “De migratie ramp van Nederland” van Fritsma of het Nyfer rapport “Budgettaire effecten van immigratie van niet-westerse allochtonen” uit 2010 dat beschouwd kan worden als een actualisering van het 2003 CBP rapport.  nauwkeurig bestudeerd hebben.

De vaststellingen van die rapporten zijn onlangs geactualiseerd door het rapport Grenzeloze Verzorgingstaat en de gevolgen van immigratie voor de overheidsfinanciën” (maart 2022) van Van der Beek, Roodenburg, Hartog en Kreffer. Zou een van de verantwoordelijke bewindslieden dat rapport al uitgebreid bestudeerd hebben? Gezien de ervaringen bij de Toeslagen affaire betwijfel ik dat.  

Terecht hoort men in de boezem van de Nederlandse samenleving dat integratie en opvang van migranten geen probleem is van regering en parlement, maar een probleem is geworden van (bewoners van) steden met achterstandswijken. Beleidsmakers en politici wonen daar immers niet; de openbare mening bepalende cultuurrelativisten ook niet. De vraag of Nederland vol is moet ook niet gesteld worden aan bewoners van middenstandswijken, doorzonwijken en villaparken, maar aan bewoners van achterstandswijken. Aan hen dient voorgelegd te worden of ze de situatie aanvaardbaar vinden en of het aantrekken van meer mensen van buiten Nederland met afwijkende cultuur en vooral religieuze achtergrond en sociaaleconomische belangen aanvaardbaar is. Wanneer grond als de productiefactor voor wonen, landbouw, industrie en recreatie wordt beschouwd en vastgesteld wordt dat er geen woeste gronden meer zijn/grond op is, dan is Nederland “vol”.

Gelet op de meer dan 100.000 nieuwe medelanders die in het achterliggende decennium door de Rutte Kabinetten verwelkomd werden en het feit dat door het Afghanistan debacle en de Oorlog in de Oekraïne weer nieuwe stromen van duizenden migranten op weg zijn naar het rijke Nederland, is er zeker aanleiding om een restrictief beleid te voeren. Restrictief t.o.v. die groepen die op korte termijn geen bijdrage kunnen/willen leveren aan welvaart en welzijn van de Nederlandse samenleving en diens ondersteunende economie. In het verlengde daarvan zullen criteria voor gezinsvorming, gezinshereniging en familiehereniging opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden. Daartegenover staat dat de Nederlandse samenleving de plicht heeft om de onderklasse van onze samenleving inb. zij die van buitenlandse afkomst zijn, perspectief te bieden. Het zijn ontboezemingen gebaseerd op harde data en die zullen in Den Haag niet op veel bijval kunnen rekenen.

De onvruchtbare driehoeksverhouding

Politici in Den Haag leggen voortdurend een verband tussen migratie, ontwikkelingssamenwerking (OSW) en vergrijzing. Ze willen ons doen geloven dat het OSW-budget in het huidige volume gehandhaafd moet blijven om de instroom van migranten te kunnen beperken. Daarbij gaan ze bewust voorbij aan hun eigen ontdekkingen dat het gros van die gelden in verkeerde handen en zakken terecht komt dan wel verkeerd gebruikt wordt en OSW binnen het huidige raamwerk ineffectief is. Mocht er een causaal verband bestaan tussen migratie en OSW dan kan door die ineffectiviteit de instroom nooit gereguleerd laat staan beheerst worden.

Sommige politici leven nog steeds in de veronderstelling dat migratie een van de betere oplossingen is voor de toenemende vergrijzing van de Nederlandse samenleving, waarvoor men impliciet de baby boomer generatie verantwoordelijk houdt. De juistheid van die uitspraken kan alleen worden aangetoond als directe (prijs/beschikbaarheid goederen en diensten als woning, arbeid) en indirecte effecten (overheidsvoorzieningen en bijbehorende lasten) voor de Nederlandse samenleving cijfermatig onderbouwd worden en voor de Nederlandse samenleving duidelijk is wat de gevolgen van migratie kunnen zijn. Hoewel die informatie al in de onderste lade van de bureaus van overheidsfunctionarissen of kluizen op diverse Ministeries ligt, wordt die niet gebruikt om de Nederlandse samenleving te informeren en wordt de doorsnee Nederlander/Nederlandse dom gehouden.

Leven in een parallelle wereld

De Nyfer organisatie was in 2010 het eerste onderzoeksinstituut dat met een kosten berekening kwam en zich daarvoor concentreerde op effecten die de instroom van niet-westerse migranten heeft op inkomsten en uitgaven van de overheid. Het instituut stelde vast dat vooral de integratie problematiek en de deelname aan het arbeidsproces relevante rollen in het kostenbeeld speelden. Uit dat onderzoek bleek dat de kosten afhankelijk zijn van leeftijd van binnenkomst, sociaaleconomische kenmerken en kansen op de arbeidsmarkt, (bereidheid tot een grote mate van) integratie m.n. de wil om een schoolopleiding te voltooien en aan het arbeidsproces deel te nemen; verblijfsduur, mate van gezinsvorming en gezin (beter gesteld familie) hereniging resp. hoogte van retourmigratie.

De opstellers constateerden ook dat de aantrekkingskracht van sociale voorzieningen op ongeschoolde laag opgeleiden en daardoor een lage arbeidsparticipatie  sin politieke Den Haag bewust genegeerd wordt. Ook het effect van vervolgmigratie in het kader van gezinsvorming en gezinshereniging is door politici in de afgelopen decennia sterk onderschat. Daardoor ontbreekt een selectief beleid en wordt het uitzettingsbeleid niet eenduidig en consistent gehanteerd. Met hulp van autochtone deugstructuren verdwijnen uitgeprocedeerde migranten eenvoudig van de overheidsradar.

Politici moeten begrijpen dat niet de parallelle wereld waarin zij blijkbaar leven, de yardstick moet zijn voor het overheidsbeleid, maar de realiteit waarin het gros van de Nederlanders zich staande probeert te houden. Door dat beperkte politieke blikveld staat de steun voor migratie en verzorgingsstaat onder druk. Migratie is echter onvermijdelijk en de voorspelde progressieve toename van de migratie zal wanneer het mechanisme niet verandert, door aanhoudende migratiestromen, demografische aardverschuiving, beperkte arbeidsparticipatie een het reserveren van grote delen van het BNP voor inefficiënte binnen en buitenlandse hobby’s binnen 10 jaar gedaan kunnen zijn met de Nederlandse uitvoering van een verzorgingsstaat.

Een nuchtere vaststelling

Goede integratie verlaagt de kosten van migratie. Door de politieke desinteresse in evenwichtige informatie, het gebrek aan kennis versterkt door een beperkt inzicht en overzicht bij beleidsbepalers en uitvoerders ontbreekt het aan een evenwichtige benadering van de migratieproblematiek en is de nettobijdrage aan de overheidskas negatief. Het Nyfer instituut beraamde in 2010 de kosten van ongeveer 48.600 niet-westerse migranten op een bedrag tussen € 4 en € 7 miljard per jaar.

Dat kostenplaatje uit 2010 is door de uitbraak van gewelddadigheden in Midden-Oosten en Noord-Afrika, Merkels Open Deur beleid, het Afghaanse debacle en de oorlog op Oekraïens territoir allang achterhaald. Het rapport “Grenzeloze Verzorgingstaat en de gevolgen van immigratie voor de overheidsfinanciën” (maart 2022) van Van der Beek, Roodenburg, Hartog en Kreffer berekende dat de groep arbeidsmigranten, asielzoekers, gelukszoekers en andere immigranten Nederland in de periode 1995-2019 totaal € 400 miljard hebben gekost. Een omvang net zo groot als de gaswinningbaten in die periode. De laatste jaren zijn die kosten door het open deur beleid van Rutte opgelopen naar €16 tot € 17 miljard per jaar. De door de Nyfer organisatie berekende €7 miljard is in dat licht bezien een uitermate optimistische berekening.

Volgens UNHCR telde Nederland eind 2020 78.911 vluchtelingen[i] en 11.892 mensen in afwachting van een beslissing op hun asielverzoek: bijna 91.000 mensen die geld kosten en de schatkist niet vullen. Dat aantal is inmiddels meer dan 100.000 geworden en kruipt door de groeiende migratiestroom uit de Oekraïne en andere gebieden naar de 120.000. Wanneer Regering en Parlement in gebreke blijven om op korte termijn een werkend en werkbaar restrictief migratiebeleid door te voeren, zullen de kosten alleen maar stijgen en kan binnenkort de grens €20 miljard overschreden worden. Dat zijn alarmerende getallen en die eisen dat regering en Parlement eindelijk een keer serieus met de migratieproblematiek aan de slag moet gaan door beschikbare rapporten en studies te bestuderen en op hun merites te waarderen om een evenwichtig en bruikbaar beleid te kunnen concipiëren. Een migratiebeleid waarbij welvaart en welzijn van de doorsnee Nederlander prioriteit moet hebben en te allen tijde behouden blijft.


[i] Personen met een vluchtelingenstatus (a-grond), personen die bescherming krijgen op subsidiaire (b-grond) of humanitaire gronden (zie uitleg over Beschermingsgronden Vreemdelingenwet 2000, p. 14) en nareizigers, gezinsleden die binnen de nareis termijn van drie maanden zijn herenigd met een familielid met een asielvergunning.


Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties