In memoriam: Trias Politica

De afgelopen periode heb ik video boodschappen (niet echt, meer kritische beschouwingen ) van de heren Omtzigt en Bosma bestudeerd om vast te stellen of mijn observatie dat de parlementaire democratie op het politieke kerkhof is beland, wel de juiste was.

Als ik nog twijfelde aan het overlijden van de Trias Politica dan heeft zeker de verklaring van de heer Omtzigt voor de Parlementaire Enquête Commissie over de Toeslagenaffaire mij gesterkt in die vaststelling.

Kort samengevat stelde Omtzigt dat het ontbreekt aan een gezonde uitvoering van het Checks en Balancing mechanisme. Hij gaf daarvan een aantal voorbeelden dat iedere nadenkende, doorsnee Nederlander simpel kan aanvullen met ervaringen in de eigen leefomgeving. Net als Coen de Jong of wellicht citeerde hij de inhoud van diens 9 januari 2021 artikel op de website https://www.wyniasweek.nl, stelde hij vast dat er een ongezonde innige band tussen Regering en Kamer in het achterliggende decennium was ontstaan, waardoor de Kamer niet de regering controleerde en stuurde, maar het omgekeerde realiteit was geworden. Debatten en discussies in de Kamer concentreren zich op partijpolitieke voorkeuren om electoraal winsten te kunnen binnenhalen en niet op de inhoud. Hij stelde vast dat de politieke kliek (zijn woorden) in Den Haag zich hoofdzakelijk toespitst op de instemming van partij– en fractievoorzitter en niet of amper op welzijn en welvaart van de doorsnee Nederlander.

Als relevant voorbeeld noemde hij de behandeling van het Belastingpakket dat uit tien wetten en tig artikelen zou bestaan. Bij nadere bestudering stelde hij vast dat slechts twee van de tien over pure belastingzaken gingen en de andere acht separaat afgehandeld hadden kunnen worden. Omdat de Regering de Kamer een reactietijd van zes weken had gegeven, werd het pakket zonder een nauwgezette behandeling er doorheen gejaagd. Het ontbrak dientengevolge aan een uitbundige bestudering van de uitvoerbaarheid en proportionaliteit tussen overtreding en sanctie. Voor de Commissie onderstreepte hij dat die instelling ook heeft geleid tot de Toeslagenaffaire waarbij 26.000 gezinnen/families of tenminste 100.000 personen ernstig gedupeerd zijn.

Toen in 2004 de conceptwet in de Kamer werd behandeld, kwam er een mêlee aan amendementen uit de vingers van de Kamerleden die hoofdzakelijk inhoud gaf aan het partij hobbyisme van de diverse politieke partijen. De concept wetgeving werd er snel doorheen gejaagd en een evenwichtige bestudering van de artikelen op proportionaliteit en disproportionaliteit tussen overtreding en sanctie bleef achterwege. Het resultaat? Een product dat niet werkt en dus de lopende Toeslagenaffaire.

Een tweede afgeleide van de innige verstandhouding tussen Regering en Kamer is de mistige, onvolledige, vertragende en ongeïnteresseerde informatievoorziening door de Regering. De inmiddels beruchte Rutte-doctrine is de hoeksteen daarvan. Het gepassioneerde weglakken van gevoelige en voor de betrokken minister en in het verlengde de opvolgende regeringen Rutte, schadelijke teksten is inmiddels genoegzaam bekend geworden. Het onthouden van resp. het te laat en onvolledig toeleveren van documenten die relevant zijn voor het uitspreken van een rechtvaardig vonnis is een andere misselijkmakende daad van departementen en ondersteunende instanties en adviesorganen. Dat is helder geworden in het onderzoek naar de oorzaak en gevolgen van de Toeslagenaffaire. De reden van die instelling was hoofdzakelijk om bij de betreffende rechtszaken niet in het stof te bijten en de schuld bij de klager te leggen.

Hoe dat op te lossen? was de vraag van het commissielid aan de heer Omtzigt en toen bleef het even stil. Uit zijn antwoord begreep ik dat het afdwingen van artikel 68 het vertrekpunt zou moeten zijn. Ik heb niet uitgevogeld wat artikel 68 zou moeten inhouden. Het feit dat afdwingen o.m. verbonden zou zijn aan een motie van wantrouwen, waarvoor een meerderheid in de Kamer vereist is,  was voor mij genoeg om in te zien dat de achterkamertjes politiek van de regeringen Rutte en de aantrekkingskracht van het pluche, veel potentiële politieke wachtgeld kandidaten niet zouden stimuleren om een minister, staatsecretaris, laat staan een regering te beschadigen, te laten vallen of weg te sturen.

Omtzigt noemde ook de innige band tussen regering en media, waardoor de meeste media (-vertegenwoordigers) en zendgemachtigden verworden zijn tot propaganda instrumenten en roeptoeters voor de politieke voorkeuren van de zittende regering. De journalistieke principes worden vooral in de burelen van de gevestigde media regelmatig overboord gegooid voor een scoop, een primeur, op basis van de informatie van een opportunistisch Regering – of Kamerlid. Het gevolg is dat een groot percentage van de samenleving de berichtgeving met een korrel zout neemt, maar zich desondanks daardoor toch laat sturen. De Corona berichtgeving is daarvan een treffend voorbeeld. Omtzigt verwees in zijn tirade naar de inhoud van het artikel “de grote verdwijntruc” van Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer. De man die de verdeling resp. uitgave van de binnenkomende € 300 miljard aan belasting moet controleren, maar heeft vastgesteld dat hij over de effecten van dat geld in het duister tast. Lekker dan!

En dan het justitiële apparaat samengesteld uit politie (opsporingsambtenaar), het Openbare Ministerie (aanklager) en de rechter (spreekt het vonnis uit). Dat apparaat moet de burger beschermen, maar in de achterliggende jaren is gebleken dat het beschermen op een selectieve manier gebeurt  en te vaak de politiek correcte route lijkt te bewandelen. Er is herhaaldelijk sprake van uitingen door een Dikastocratie: een regering door rechters, resp. rechters die ‘aan politiek doen. Voorbeelden te over. Bedreigingen en vernielingen door de een worden afgedaan met een simpel “nou, sorry hoor”, een ander krijgt een stevige boete of werkstraf opgelegd. Ik ga ze hier niet uitputtend oplijnen.

Over de politie en OM zijn ook veel artikelen geschreven en de rode draad, de algemene noemer is, dat ook hier de politiek correcte gedachte de boventoon voert. De tijd dat de politie je beste vriend was en de pet ook de Nederlandse burger paste, ligt ver achter ons. Het is een duistere organisatiestructuur geworden waar het streven naar diversiteit, het ontzien van de zielige migrant, het pamperen van moslims / moslimorganisaties en de politieke boodschap, speerpunten van het beleid zijn geworden. Uit vrees van racisme en discriminatie beschuldigd te worden, is het mede door het fanatiek faciliteren van de politieke boodschap een ondoelmatig en ineffectief instrument van de Nederlandse uitvoerende macht geworden. Geen ontzag, geen respect en geen autoriteit. De politie is je best vriend? Niet echt voor de volgens de wetten levende Nederlander.

En het OM? Kijk naar het gespartel rond het Wilders proces, de misstappen van onze Ashanti vriend, de Blokkeer Friezen en de misdragingen van de KOZP fans. De rottigheid bij Justitie zit veel dieper. In de ambtelijke mails treffen we niet een willekeurige ambtenaar aan die een keer buiten zijn boekje is gegaan. Nee, we stuiten op een kliek van ambtenaren uit de top van het ministerie, een kliek die zich niet door rechtsstatelijke overwegingen liet leiden, maar door partijpolitieke antipathieën. Deze kliek heeft geprobeerd langs onwettige weg haar invloed en juridische expertise in te zetten voor het monddood maken van een oppositieleider. En dat op het ministerie van Justitie, het ministerie dat bij uitstek de hoeder zou moeten zijn van de rechtsstaat

“In het hart van het regeerakkoord ligt daarom de ambitie te bouwen aan een samenleving waarin mensen zich zeker voelen en vertrouwen in de toekomst kunnen hebben, houden of herwinnen. Dat vertrouwen begint bij een sterke rechtsstaat die beschermt tegen criminaliteit, willekeur en machtsmisbruik.” Een citaat uit de Troonrede van dinsdag 17 september 2019. Koene woorden die Rutte onze Koning liet uitspreken, maar gelet op de observaties van Omtzigt een holle belofte die niet wordt ingevuld. Omtzigt sprak het uit: beleid door de regering Rutte is gebaseerd op CPB modellen en adviezen door gesubsidieerde instanties als het NIBUD. Die modellen worden niet doorgerekend op uitvoerbaarheid en proportionaliteit, de adviezen gebaseerd op het motto “wiens brood men eet, diens woord men spreekt” cementeren de gewenste politieke optie en geven de uitvoering het karakter van trial and error.

De Parlementaire Democratie is dood en de Nederlandse samenleving staat aan de rand van haar graf met de schop in de hand.


Abonneer
Laat het weten als er
7 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Ravian
6 maanden geleden

Het democratische systeem is opgezet door een aristocratische elite die bang was voor revolutie.
Ga er dus maar rustig van uit dat het nooit de bedoeling zal zijn geweest dat de macht daadwerkelijk bij het volk terecht zou komen, de bedoeling zal zijn geweest om de illusie van macht bij het volk terecht te laten komen.
En nu blijkt dit systeem dus gemakkelijk op dictatoriale wijze misbruikt te kunnen worden, omdat de middelen om misbruik af te straffen ontbreken.
Echt verrassend is dat natuurlijk niet.
Wel een teken dat ons politieke bestel dringend op de helling moet.
Maar dat gaat dus, zoals altijd, enkel gebeuren als er een revolutie dreigt.
En ook dan zal er weer gepoogd worden om allerhande onzichtbare geitenpaadjes in te bouwen, met als doel de elite in staat te stellen om achter de schermen aan de touwtjes te blijven trekken.
Het is en blijft een lastig verhaal…

r.dunki
6 maanden geleden

Rutte, vrijdag over zijn eeuwige gerotzooi met het zwartlakken van WOB-info:
“En we zullen ook de uitzonderingsgrond die de Wob nu kent, over persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren, schrappen….”

Rutte’s hulpje Ollongren, woensdag over de vrijdag beloofde transparantie:
“… dat bedoelde hij niet zo, hooguit voor de 2e Kamer maar hij maakt verder van de wet WOB wat HIJ wil en zal deze NIET respecteren, nooit “.

Rutte’s moeder had hem véél vaker een ongenadig pak rammel moeten geven!

Dorus van Strijp
6 maanden geleden

Buitengewoon goed artikel! Mijn compliment! Maar zo triest om te ervaren hoe ver we van huis zijn in dit land. Achtendertig (38) jaar ben ik in dienst geweest van de overheid als opsporingsambtenaar , waarvan- 32 als rechercheur- maar mijn vertrouwen in de overheid ben ik volkomen kwijt. Steeds heb ik gestreefd naar recht en gerechtigheid maar nu borrelen af en toe de anarchistische gevoelens op. Dat is niet goed, dat weet ik en ik verzet mij daar ook tegen. Een veilige en ordelijke maatschappij kan niet zonder overheid. Maar zo’n overheid moet wel aan normen en waarden voldoen en integer zijn. Dat is niet meer het geval. Ik zeg dat met pijn in mijn hart!!

6 maanden geleden
Antwoord aan  Dorus van Strijp

Juist goed die anarchistische gevoelens.

6 maanden geleden
Antwoord aan  Dorus van Strijp

Terecht, die anarchistische gevoelens..

dolphin
6 maanden geleden
Antwoord aan  Dorus van Strijp

Spreek je oud collega’s aan op hun gedrag.
Zij zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze doen.
Het volgen van orders speekt ze niet vrij.

Ravian
6 maanden geleden
Antwoord aan  Dorus van Strijp

“Dat is niet goed, dat weet ik en ik verzet mij daar ook tegen.”

Laat dit nu net wezen waar de beschaafde wereld langzaam aan ten onder gaat.
De nette mensen vechten met hun handen op hun rug terwijl het linkse crapuul er niet mee zit om ook onder de gordel te trappen.
Hoog tijd dat we ze eens koekjes van eigen deeg gaan geven.
Als we daar niet toe bereid zijn dan kunnen we de handoek net zo goed nu al in de ring gooien.