We moeten een belofte inlossen?

In een interview voor Betrouwbare Bronnen dat op de website box99.nl onlangs werd gepubliceerd, verblijde de Minister van Defensie de Nederlandse samenleving met een klaagzang opgebouwd uit drie uitspraken:

Minister Bijleveld. Afb: Wikipedia.

 “De belofte om in 2024 2% van het bruto nationaal product (BNP) aan defensie te besteden gaat Nederland niet halen…wij moeten voor december (2019) onze cijfers voor de NAVO updaten. Dan zullen we zien dat Nederland aan de onderkant zit van de lijstjes. En wij zijn natuurlijk best een rijk land. We zijn zelfs gezakt. We zijn nu van de Europese lidstaten vierde van onderen”

“de begroting is € 11 miljard, maar als we aan die 2% BBP willen voldoen, dan moet er nog zes miljard bij. Dat is aan investeringen bijna een verdubbeling”.

we zijn niet in staat ons eigen grondgebied te verdedigen; ook niet met de Europese bondgenoten. Dat kunnen we alleen met de Amerikanen en de Britten. Terwijl het een Grondwettelijke taak is”.

Zijn die uitspraken verrassend? Niet voor de geïnteresseerde volger van de Defensie problematiek.

Netto en niet bruto

Startend met het niet halen van de 2% norm in 2024. Kort na de belofte van de Minister-president in 2017 hebben kenners en trouwe volgers van de Defensie problematiek al vastgesteld dat de 2% belofte in 2024 niet haalbaar zou zijn. Daarvoor werden twee argumenten genoemd: het vertrekpunt en de noodzakelijke investeringsruimte.

Voortdurend wordt bij het noemen van het percentage de indruk gewekt dat het Defensiebudget hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het verhogen ven de operationele inzetbaarheid van de Krijgsmacht. De Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) heeft in 2015 aangetoond dat de samenleving in het getallenspel een rad voor de ogen wordt gedraaid en heeft de zaken helder op een rij gezet. Omdat een deel van het Defensiebudget niet naar Defensie en zeker niet gebruikt wordt om de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht te verhogen, zijn die vertrekpercentages bruto en geen netto getallen[1]. De door de Minister in het interview genoemde 1,3% als vertrekpunt naar die 2% norm, is dus te hoog en zal dichter bij de 0.7 of 0,8% liggen.

Afb: CPB.

Bovendien sluipt in dat getallenspel een tweede vervuiling binnen. De Minister-president verbindt het Defensiebudget met het hogere BNP en aanvankelijk volgt de Minister in het interview hem daarin. Verderop verbetert ze zich en verbindt het Defensiebudget met het BBP. Ook het Centraal Plan Bureau gebruikt in de groeiprognoses van het Defensie budget het lagere BBP·. De AIV is de dritte im Bunde die zich bedient van het BBP. Het BBP is in lijn met het door NATO gebruikte GDP.

Noodzakelijke verhoging

De Belgen hebben in 2017 een voorzichtige berekening gemaakt van de noodzakelijke verhoging om de 2% belofte in 2024 te realiseren. Bij een vertrekpunt van 1% BBP moet aan het bestaande Defensie budget € 2,7 miljard per jaar gevoegd worden om van 1% naar 2% te kunnen groeien. Op voorwaarde dat die gelden alleen worden gebruikt voor het optrekken van de operationele inzetbaarheid.

De vraag wat het Nederland kost om in 2024 aan die NATO-eis te kunnen voldoen, heeft de Minister in het interview beantwoord. Uitgaande van het bruto vertrekpunt van 1,3% BBP is een verruiming van de investeringsruimte met €6 miljard per jaar noodzakelijk. Gelet op vertrekpunt, het niet incalculeren van de economische ontwikkelingen en andere vervuilingen[2], is haar inschatting vermoedelijk aan de lage kant. In feite is haar inschatting een overbodige opmerking. Als het halen van de 2% norm in 2024 onhaalbaar wordt geacht, dan is een verdubbeling van de investeringsruimte vanzelfsprekend een fata morgana.

Door de 2% norm te verbinden met het dreigingniveau doet de Minister het voorkomen of die norm geen gouden standaard is en afgestemd wordt op veranderingen in het dreigingniveau. Waar is die 2% BBP dan op gebaseerd? Koude oorlog, het dreigingniveau zoals dat wordt gepresenteerd in het NATO strategische concept “Active Engagement, Modern Defense” uit 2011? In beide gevallen is de norm verbonden aan een verouderd dreigingniveau en zal ook de 2% norm aangepast moeten worden. Onduidelijk wat er zal gaan veranderen.

Grondwettelijke taken

Hoe vaak zijn Haagse politici in de achterliggende 30 jaar niet gewaarschuwd dat het voortdurend bezuinigen ten koste gaat van de effectiviteit van onze krijgsmacht? De AIV waarschuwde in haar rapport “Krijgsmacht in de knel” de dames en heren politici als volgt als volgt: ’de toekomst wordt gekenmerkt door grote onzekerheid over de ontwikkeling van de internationale en nationale veiligheidssituatie en een groeiend potentieel voor conicten. Nieuwe bezuinigingen zouden ernstig afbreuk doen aan een effectief buitenlands- en veiligheidsbeleid. En deze zijn in strijd met de grondwettelijke taken van de krijgsmacht en verdragsrechtelijke verplichtingen van Nederland. Nog meer bezuinigingen op defensie maken van Nederland een free rider”. Die constatering werd in de jaren daarna herhaaldelijk bevestigd door een aantal politici en tegen de politiek aan schurkende experts die waarschuwden dat “verder bezuinigen resulteert in een marginale krijgsmacht waardoor Nederland op het internationale podium zijn vooraanstaande positie als gidsland verliest”. Nochtans volgden er meerdere bezuinigingsrondes.

Bezuinigingen in de afgelopen 20 plus jaar waren gerelateerd aan binnenlandse ontwikkelingen en hadden weinig te maken met het belang dat de krijgsmacht voor Nederland heeft op het internationale podium. In 1993 trapte Minister Ter Beek (PvdA) af met het opsouperen van het vredesdividend. In concreto moest in de daarop volgende tien jaar (2003) op Defensie 8,5 miljard gulden worden bezuinigd. Sinds die aftrap kon het opportunisme van opvolgende regeringen tot 2017 niet meer gestopt worden en werd Defensie opgezadeld met een totale bezuiniging van omstreeks €18 miljard. Politici draaiden voortdurende de samenleving een rad voor de ogen om eigen hobby´s deels te kunnen financieren met gelden die aan Defensie werden onthouden. Binnen en buitenlandse hobby´s die wel een paar centen mochten en mogen kosten. Wat opvalt, is dat de meest ingrijpende bezuinigingen van de afgelopen twintig jaar en de bezuinigingsrondes in de nabije toekomst werden en worden doorgevoerd door de voorvechters van een sterke krijgsmacht, de VVD en confessionele partijen als CDA en CU. Met zulke vrienden heb je als Defensie geen vijanden meer nodig.

Het was voorspelbaar dat de Krijgsmacht ergens in het begin van dit millennium zijn grondwettelijke taken niet meer adequaat zou kunnen vervullen. Dat had haar voorgangster al vastgesteld toen ze in 2016 in het Rijksjaarverslag schreef: Defensie voldoet niet volledig aan de meest fundamentele inzetbaarheiddoelstelling: de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied”. De Algemene Rekenkamer bevestigde die vaststelling in haar Verantwoordingsonderzoek waarin staat te lezen dat “Defensie voor het eerst niet meer volledig kan voldoen aan de doelstelling om het Nederlandse en het NAVO-grondgebied te verdedigen …..verscheidene jaren is het onderhoudsproces [van materieel] vooral door het gebrek aan reserveonderdelen niet op orde….heeft zeer negatieve directe gevolgen voor de operationele gereedheid”. Uit die tekst wordt helder dat Defensie nationale sterkhouder af is, internationaal nauwelijks potten kan breken en de Krijgsmacht alleen nog functioneert door de onverzettelijkheid en loyaliteit van haar personeel

We hebben iets beloofd?

Verrassend of is verbazingwekkend de juiste term, is de uitspraak van de Minister dat we met zijn allen iets beloofd zouden hebben en ze herhaalt dat een aantal malen in het interview. Voor de gebruikelijke politieke simpelheid doet de minister het voorkomen dat de Nederlandse samenleving die belofte heeft gedaan. Dat is feitelijk onjuist, omdat geen politicus aan die samenleving iets heeft gevraagd. Nee, het is de Minister-president in de rug gesteund door zijn Ministers van BuZa en Defensie die dat de Amerikaanse president in Brussel en Washington met de hand op het hart hebben beloofd. De Nederlandse samenleving had allang door dat die belofte in het huidige politieke klimaat nooit ingelost zou worden.

Daarom doet haar kanttekening bij de onaangekondigde Turkse inval op Syrische bodem dat zij “haar NATO-collega’s wil voorstellen ‘te bekijken’ of er geen procedures kunnen worden ingesteld voor bondgenoten die uit de pas lopen” nogal koddig aan en zal als een boemerang terugslaan. Gelet op haar uitspraken zijn wij een van de lidstaten die niet in de pas lopen.

Dilettanten aan het roer

Bij de presentatie van het NIOD rapport, inmiddels 17 jaar geleden, kreeg ik de bevestiging dat de krijgsmacht aangestuurd wordt door een stel incompetente narcistische burgers die hun persoonlijke politieke belangen boven de veiligheid van de Nederlandse samenleving stellen. Toen heb ik de moed opgegeven dat de Krijgsmacht ooit nog eens in staat zou worden gesteld om adequaat inhoud te geven aan artikel 97 van de Grondwet die zegt dat de Krijgsmacht ….ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, evenals ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde…Die burgers, tegenwoordig verzameld in een lichaam met de naam Bestuurstaf, aangestuurd door de Minister-president, zouden de randvoorwaarden moeten scheppen om dat mogelijk te maken. Vergeet dat maar.

Status van een Minister

De Minister bevestigt in het interview dat onze Minister-president en op de bewuste NATO vergadering en tegen de President van de Verenigde staten opzettelijk heeft gelogen. Dat is helaas geen nieuwe constatering. Ook bevestigt zij dat Nederlandse politici om het imago als nanny state geloofwaardig te houden, omstandigheden buiten Nederlands grondgebied een hogere prioriteit geven dan veiligheid, welbehagen en welvaart van de eigen bevolking. Alle mooie woorden van diverse politici ten spijt, blijft het wat Defensie betreft beperkt tot het leggen van noodverbanden om het sterven van de patiënt enigszins te vertragen.

Drie uitspraken in een interview die niet verrassend zijn, een bevestiging zijn van decennia lange bezuinigingen en de onmacht van een Minister van Defensie duidelijk maken. Daar doen stoere uitspraken als boter bij de vis niets aan af. De vraag welt op waarom de Minister die uitspraken doet op een website met een beperkte adressantenlijst. Om de indruk te wekken dat zij vecht voor de levensvatbaarheid van de Defensie organisatie en met haar niet te spotten valt? Als ze dat beeld inderdaad bij de Defensie medewerkers wilde inslijpen, had ze bij haar aantreden en voor, tijdens en na de Algemene Beschouwingen van 2017 en 2018 hard met de vuist op het bureau van de Minister-president moeten slaan. De realiteit toont aan dat ze dat nooit heeft gedaan.

We moeten een belofte inlossen? Die belofte zal wel eeuwig een belofte blijven.


[1] €1,3 miljard voor pensioenen, uitkeringen en wachtgelden, €400 miljoen euro voor de Koninklijke marechaussee, ca. €600 miljoen jaarlijkse Btw afdrachten aan het Ministerie van Financiën, €180 miljoen afgeroomd als fiscale eindheffing over de Uitkering Gewezen Militairen (UGM), €100 miljoen bijdrage aan de Rijksbrede ruilvoettegenvaller en €60 miljoen afdracht aan het Budget Internationale Veiligheid

[2] Zie 2017 Artikel “Vervuilingen” op website van stapal.


.

U kunt ons volgen op social media en wij stellen uw 'like' zeer op prijs.:

1 reactie(s) op “We moeten een belofte inlossen?

  1. Frans
    6 november 2019 at 01:53

    Na dertig jaar bezuinigen is er simpelweg niets meer over van ons defensie apparaat.
    En in een land waar jaarlijks tientallen miljarden verspild worden aan allerhande linkse hobby’s is het gewoon belachelijk om met een uitspraak te komen als; “de belofte om in 2024 2% van ons bruto nationaal product (BNP) aan defensie te spenderen gaat Nederland niet halen.”
    Dat kunnen we, mits de politieke wil er is, tenslotte vandaag al.
    Je vraagt je werkelijk af wie zulke onzin eigenlijk nog slikt.
    En geld is daarbij overigens slechts een onderdeel van het probleem.
    Het gaat er ook om hoe je dat geld uitgeeft, of beter gezegd, gezien de huidige situatie met de F-35, waar je het aan verkwist.
    Ik denk dat je wel veilig kunt stellen dat, om het even of de F-35 nu inderdaad een faaljager is of niet (ik denk van wel), het ding in ieder geval zowel onze marine als onze landmacht al duchtig gesloopt heeft.
    Aan de situatie waarin politici, hierin “geadviseerd” door politieke generaals en ander lobbyisten, bepalen met welke wapens de krijgsmacht wordt uitgerust moet ook dringend het een en ander veranderen.
    Wij zijn die gemeente die de brandweer heeft wegbezuinigd, er van uitgaand dat bij brand het korps uit de buurgemeente de zaak wel komt blussen, om met de vrijgekomen middelen leuke dingen voor linkse mensen te kunnen bekostigen.
    Wij zijn de grootste klaplopers van de NAVO.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
15 ⁄ 3 =