Ordinaire partijpolitiek

In antwoord op Kamervragen van 2e Kamerlid Özütok (GroenLinks) heeft de Minister van Binnenlandse Zaken opheldering gevraagd over de VVD-sponsoravondjes in de aanloop naar de verkiezingen. Dat is onkies en – minder dan een maand voor de verkiezingen – niet meer dan partijpolitiek van ordinair niveau.

Dat er vragen oprijzen over de financiering van politieke partijen en of dat allemaal wel ‘in de haak is’, zijn zaken die beslist aandacht verdienen, maar in een periode vlak voor de verkiezingen niet besproken moeten worden. De Minister, zelf lid van een concurrente partij, heeft immers electoraal belang bij niet alleen de ophef, maar ook de resultaten van een onderzoek waarvan de vragen kennelijk onderdeel uitmaken. Bovendien schept het antwoord van de Minister, waarin zij toezegt opheldering te zullen vragen, een zeker beeld omtrent de betrouwbaarheid van de partijen waar het om gaat. In dit geval zijn dat de VVD en het FvD.

De partij van Minister Ollongren (D66) kan uit de peilingen vooralsnog weinig vertrouwen putten. Dat maakt dat de antwoorden van de Minister op de Kamervragen van een lid uit een partij die eveneens niet bepaald furore maakt in de peilingen, ronduit verdacht zijn. Het geheel van zowel vragen als antwoorden, zou goed Kamervragen van de impliciet van misbruik verdachte partijen kunnen oproepen. Bijvoorbeeld de vraag of de Minister bereid is onderzoek te doen naar mogelijk misbruik van het recht om specifieke vragen aan de Minister te stellen over andere partijen, op grond van de eigen partijpolitieke en electorale overwegingen.

Het handelen van zowel het Kamerlid als de Minister, zo vlak voor de verkiezingen, maken nog maar eens duidelijk dat politici in het algemeen zich weinig gelegen laten aan democratie, maar de voorkeur geven aan list en bedrog. Zowel GroenLinks als D66 hebben zich in dit onderonsje in ieder geval van hun slechtste kant laten zien.


Abonneer
Laat het weten als er
1 Reactie
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
1 maand geleden

**Het handelen van zowel het Kamerlid als de Minister, zo vlak voor de verkiezingen, maken nog maar eens duidelijk dat politici in het algemeen zich weinig gelegen laten aan democratie, maar de voorkeur geven aan list en bedrog. Zowel GroenLinks als D66 hebben zich in dit onderonsje in ieder geval van hun slechtste kant laten zien.***Aldus Ton Nijhof.

Bovenstaande zin van de heer Nijhof komt nogal ” zacht” over. Waarom ik dit schrijf, is omdat de strekking van zijn ” betoog” in feite een “verslag” is van misdadig handelen. Immers: Ministers en Kamerleden worden betaald door de belastingbetaler om deze te ” dienen”. Als een minister de voorkeur geeft aan “list en bedrog”, is dat immers “misdadig”. Artikel 326 van het *Wetboek van strafrecht* geeft aan: ( Bedrog ) ** Hij die met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, enz. enz. een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren wordt opgelegd. **

Dat is dan geen ” slechte kant” meer, maar de boel belazeren waar straf op staat en past in de rubriek ” criminologie ” .
Als we zover gezakt zijn dat “we” dat niet erg vinden is dat treurig en als een minister of Kamerlid geen ” democratie” wil , moeten ze gewoon opkrassen.

Met zulke figuren, ministers en/of Kamerleden, heb ik geen enkele medelijden of gedogen. ” Ze” zijn gewoon ” gedesinteresseerd”, én we zien het nu bij Pinokkio ( Mark Rutte ) wat de consequenties zijn. Een hopeloze bende en een ongeëvenaarde economische schade, én is ontstaan uit het oogpunt van Macht.