Het Secretaris-Generaal spookhuis

Kent U de Algemene Bestuursdienst (ABD)? Nee, ik ook niet, maar een artikel d.d. 23 januari 2021 van Paul Verburgt[1] heeft mij op die instantie attent gemaakt. Verburgt had net een week lang het rapport “Kwaliteit van Mobiliteit”[2] over de werking van die club doorgeworsteld en wist mij te melden dat bij de ABD 1400 topfunctionarissen zich hadden aangesloten. Nu is er sinds de Bulgaren-, Polen-, Marokkanen- en Toeslagenfraude (in de eerste drie gevallen door burgers; in het laatste geval door politici en ambtenaren) nogal wat reuring ontstaan rond de ruggengraat van het Nederlandse bestuursmodel en vanzelfsprekend prikkelt zo’n elitaire club de interesse van de nieuwsgierige kennisverzamelaar.

Het artikel van Verburgt verschaft een inkijkje in die elitaire club. Wat blijkt? De ABD was in het leven geroepen om te voorkomen dat topambtenaren door te lang op een stoel (misschien schetst het woord zetel een betere beschrijving van de machtspositie van een topambtenaar) te blijven zitten, een bedreiging zouden zijn voor een inkomende politicus die vier jaar op een ministerie een kunstje ging doen. Het was de bedoeling om de macht van de topambtenaar versus een onbevlekte en door het gebrek aan vakkennis naïeve politicus, te breken.

Na Els Borst als Minister van Volksgezondheid kan ik me geen minister voor de geest halen die doorkneed was in de materie van het ministerie waar hij of zij leiding ging geven. Vanuit die invalshoek is een topambtenaar die twee jaar op functie zit al veel verder dan de lelieblanke minister. Overigens heeft Wiebes bevestigd dat het aantal jaren verblijf op ministerieel niveau geen enkele garantie biedt dat hij de topambtenaar op zijn plaats kan zetten. Dat heeft de Toeslagenaffaire uitbundig onderstreept.

Verburgt haalde uit het rapport de volgende loftuitingen; ‘Topambtenaren zijn primair managers, mobiel, flexibel, generalistisch, professioneel, strategisch, procesgericht, bezig met systemen en beleid.’ Geen uitvoering, laat staan dat ze zich bezondigen aan micromanagement. Srebrenica heeft bevestigd dat het omgekeerde het geval is geweest, maar de hoogste topambtenaar zat ook koud een jaar op functie en omdat hij samen met zijn collega van BuZa (die zat er al vier jaar en zou nog zes jaar het roer in handen houden) de problematiek in voormalig Joegoslavië prima had aangepakt mocht hij dat blijven doen tot 2003. Ik dwaal gestuurd door mijn eigen ervaringen met topambtenaren van Defensie iets af.

Wat schetst mijn verbazing en blijkbaar ook die van Verburgt? Het mankeert ook die topambtenaar aan de broodnodige kennis op strategisch niveau en natuurlijk ook op het uitvoerend niveau. Blijkbaar wordt dat hiaat opgevuld door terzake deskundige ambtenaren lager in de hiërarchie en de inhuur van te dure adviseurs (consultants). Gebrek aan kennis kan nog worden gecompenseerd door intrinsieke motivatie, maar volgens Verburgt is dat een verkeerde benadering. Het gaat om interessante klussen, om uitdagingen. En zoals iedere werkbij weet, moet een uitdaging ook precies dat blijven, een uitdaging. Daarvoor hoeven geen oplossingen gevonden te worden. Een uitdaging kan oneindig in de tijd vooruit geschoven worden. Heerlijk, als je tegen een onnozele toehoorder trots en met een brede lacht, kan accentueren dat je in bent voor uitdagingen.

“Topambtenaren denken en
leven in abstracties”

Geen kennis en geen intrinsieke motivatie? Het gevolg is dat topambtenaren denken en leven in abstracties; de politieke lijn van de Minister-president blind gevolgd wordt en moet worden verankerd in de samenleving en de burger in de samenleving een vervelend bijverschijnsel van dat politieke beleid is. Omdat ze op het standpunt staan de hoeksteen van het ministeriele beleid te zijn, bemoeien ze zich niet met de details, met de uitvoering. Daar zijn de werkbijen op de werkvloer voor ingehuurd. Dat heeft de Parlementaire Enquête Commissie voor de Toeslagen affaire, maar ook voor het Srebrenica debacle helder gemaakt. De combinatie topambtenaren en verantwoordelijke minister beroepen zich op tijdelijk geheugenverlies of waren niet adequaat of helemaal niet geïnformeerd door de werkbijen en dus konden de misstappen en het duperen van de doorsnee burger hen niet worden aangerekend. Sorry hoor, maar U bent bij mij aan het verkeerde adres.

Terug naar het betreffende rapport. De opdracht was om een onderzoek te doen naar de Haagse banencarrousel, omdat de Kamer de indruk had gekregen dat slecht functionerende ambtenaren elders binnen de overheid een plek kregen. Blijkbaar was de Kamer wakker geworden na een winterslaap van zeven decennia. Immers, dat fenomeen is niet van vandaag of gisteren en de voorbeelden zijn schrijnend talrijk. Volgens Verburgt zijn die voorbeelden nog niet doorgedrongen in de beleveningswereld van de onderzoekers van het betreffende rapport. Die doen de kritiek o.m. af als “beeldenstrijd, ontstaan door incidenten en de media. En hoe gemeen de kritiek is, wordt nog even verduidelijkt met geweeklaag van ambtenaren die geen fouten meer durven maken: one strike and you’re out”. Verburgt stelt dan ook vast dat met zo weinig politiek en situationeel besef de toon van het onderzoek gezet is en blind voorspeld kan worden dat de rest van het rapport een hopeloze melange is van gemeenplaatsen en quasi-diepzinnigheden van hr-consultants.

Ondermijnend

Uit het rapport blijkt volgens Verburgt dat de positionering van de ABD binnen de rijksoverheid een zootje is. De ABD blijkt van iedereen en niemand te zijn. Van de minister van Binnenlandse Zaken, van andere ministers, van secretarissen-generaal en ook weer een beetje van de premier. Iedereen gebruikt de dienst zolang die er wat aan heeft en voor de rest is de liefde nul. De dienst is een soort escortgirl, leuk voor een avondje, maar de volgende ochtend volgt de hoofdpijn. Met een beetje echte ervaring en een nuchter verstand had het rapport in een paar pagina’s kunnen beschrijven welke onvermijdelijke problemen de ABD-filosofie oplevert en hoe dat de besturing van de rijksoverheid ondermijnt en daarmee het vertrouwen van de burgers. Niets van dat al. Veel geanalyseer en nog meer fluïde aanbevelingen om zus te verbinden en zo te expliciteren, hier open te staan en daar wat beleid te maken. In loodzware zinnen, met onuitgewerkte begrippen, langdradig, warrig, dikdoenerig, opgepompt.  Vierkante bellen blazen, dat is het. Corrigeren naar de gewenste oplossing toe. Zover Verburgts kwalificatie van het rapport.

Als de carrière van de opdrachtgeefster ernaast wordt gelegd, mag het niemand verbazen dat de Kamer met een onleesbaar en dus ontoegankelijk rapport wordt opgescheept. Een rapport waarvan je geen soep kan koken. In een begeleidende brief van zeven blaadjes dat een beschrijving van een spookhuis weergeeft, bazelt zij in vergelijkbare taal en termen mee met de onderzoekers: “Tuut tuut, toet, toet, toet; een beetje van dit, een beetje van dat; een beetje naar links en iets minder naar rechts”. Per slot van rekening kan zij door haar directeursfuncties bij het ministerie van Economische Zaken, SG bij Algemene Zaken en nu minister als het uithangbord van de ABD worden beschouwd. Een nietszeggend rapport van een dure club “geleerden”als antwoord op een Kamer vraag. Alles blijft zoals het was en de samenleving wordt weer een rad voor de ogen gedraaid. 


[1] Hij studeerde staats- en bestuursrecht en parlementaire geschiedenis; bekleedde managementfuncties in de publieke en private sector. Schreef boeken en talloze columns

[2] Een product van onderzoekers en academische adviseurs van het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht.


Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties