Begrijpen ‘quasi-feministen’ hun eigen identiteit wel?

Wie zich in de ’60-er jaren enigszins realiseerde op welke maatschappelijke dwaalwegen wij zwierven, heeft de ‘big bang’ van de identiteitspolitiek meegemaakt. Een historische gebeurtenis: kwetsbare, dolende zielen te over aan het eind van de sexuele revolutie, hippies die zich langzaam begonnen te realiseren dat het feestje voorbij was maar dat niemand had gewaarschuwd dat het tijd was om naar huis te gaan. In hun drang om zich af te zetten tegen ouderlijk huis en traditionele samenleving was het makkelijk om – zoals Leonardo da Vinci dat zo treffend zei – ‘je jongeheer achterna te lopen’, verder was er één grote leegte.

Afb: Pexels.

De kater was pijnlijk voor dolende zielen die zich realiseerden dat zij verder moesten, maar nauwelijks een idee hadden wie zij zelf waren, laat staan wat met hun lege bestaan te beginnen. In die leegte kon de Social Justice in gewillige oren fluisteren, voorwaarde was natuurlijk dat die ‘slachtoffers’ (…uiteraard van het kapitalisme! ) hun credo onvoorwaardelijk accepteerden. De ‘conditio sine qua non’ van de SJW: blinde acceptatie van hun seculiere religie en s.v.p. nooit meer zelfstandig nadenken, noch over jezelf noch over de wereld, dat deed Big Brother wel. De jaren ’60 waren de kiem voor het nefaste, parasitaire ‘progressief’ Nederland waar wij nog steeds zo onder lijden.

Big Brother werd het fascistische imago van die religie, ‘gelovigen’ konden zich koesteren in de warmte van zijn ignorante collectief dat zich willig lieten dicteren wie zij waren en bij wie – welke tribale, identitaire groep – zij eigenlijk hoorden. Die gelobotomiseerde ‘collectiviteit’, waarin ‘ontheemden’ elkaar een sentiment van geborgenheid boden, bleek een dankbare broedplaats voor theorieën die voortborduren op hun vermeende identiteit, waar niemand aan mag komen omdat dat de stoelpoten onder hun fragiele zelfvertrouwen wegzaagt. Dat verklaart waarom ‘progressieve’ reacties op meningen van anderen – die geen moeite hebben om hun eigen identiteit te bepalen, zelfstandig na te denken over hun lotsbestemming en eigen verantwoordelijkheden in hun aardse bestaan – vaak zo emotioneel en angstig zijn. Vandaar de behoefte aan ‘safe spaces’ aan universiteiten – uiteraard alleen voor linkse doetjes, niet voor meer conservatieve studenten – ter bescherming tegen vermeende ‘hate speech’ èn om vandaar lekker te keer te gaan tegen de grote boze wereld. De gedachte dat je ooit uit die ‘safe space’ tevoorschijn moet komen, al was het maar voor een ‘intimiderend’ sollicitatiegesprek, moet angstaanjagend zijn voor deze slapjanussen.

In dat incestueuze nest bood de ‘identiteitsreligie’ de kans aan activisten om hun gif permanent te injecteren in de circulatie van de samenleving door willige ‘slachtoffers’ van die samenleving wijs te maken dat hun lege bestaan weer zin had, mits zij hun pondje vlees inleverden bij de duivel. ‘Identiteit’ heeft zo een vlucht genomen in sexuele identiteit, raciale identiteit en ethno identiteit. Een perverse variant daarop zijn angstige, van ongestelde haatgevoelens overborrelende, ‘quasi-feministen’ die niets van doen hebben met authentiek feminisme van weleer.

Onappetijtelijke, politiek geïndoctrineerde schepsels die uiteraard een microscopisch kleine minderheid zijn in de samenleving, maar buitensporig kabaal produceren in de resonerende geestelijke leegte van PvdA, D’66 en GL. Zij hebben zich gevonden in hun modieuze haat tegen het imaginaire ‘patriarchaat der blanke mannen’, die hen in het voorbijgaan geen blik waardig zouden keuren. Het enige wat voor hen telt is dat zij samen kunnen ‘vuurspugen’ vanuit hun ‘veilige collectief’, precies zoals Marx zich voorstelde: ‘we against them’. Triest dat zij zich zo laten manipuleren door zo’n onheilsprofeet.

Een treffend voorbeeld van hun ‘maatschappelijk nut’ zagen wij een maand geleden toen een ‘feministisch collectief’ ( daar heb je die negatieve connotatie weer…) genaamd ‘de Bovengrondse’ in actie kwamen op een ‘niveau kleuterschool’ met hun actie voor ‘vrouwenstraten’. Om daarbij niet achter te blijven gingen ‘vrouwen van Groen Links’ een ‘lesbische zoenactie’ houden voor de deur van een klooster in Amsterdam… Deze perverse trollen hebben niet eens door dat zij gemanipuleerd worden door de Communistische Partij Nederland, maar besmeuren de naam van het authentieke feminisme dat niets van doen had met hun nijpende sexuele problematiek. Maar, dan zit de schrik er natuurlijk wel goed in bij de boze blanke mannen!

Als deze ‘slachtoffers’ eens wisten wat zij missen aan menselijke warmte in normale, heteroseksuele familierelaties… Maar een illusoire ‘identiteit’ is hun surrogaat in een wereld zonder familie en vrienden. Waarschijnlijk erg eenzaam, met alleen maar gillerige zuurpruimen in een door hun communisme bekrompen wereldje dat voor artificiële familie moet doorgaan. Hun permanente geestelijke leegte sinds de sexuele revolutie galmt door in hun zoektocht naar zichzelf, naar hun vermeende identiteit. Ik zie een enorm verschil tussen feministische identiteit voor en na de sexuele revolutie – voor en na de greep naar de macht door de SJW – zowel innerlijk als uiterlijk, waarbij hedendaagse imaginaire ‘identiteit’ vaak ook nog eens gecomplementeerd wordt door geweld ter zelfbevestiging. Wat heeft het uitgeholde ‘hedendaagse feminisme’ met gewelddadig AntiFa gespuis te maken? Ik stipte hun ‘chip on the shoulder’ attitude al aan, die zich kenmerkt door erbarmelijk taalgebruik en een agressie die je niet mag verwachten bij normale vrouwen.

Maar in hun seculiere religie is er sowieso geen verschil meer tussen mannen en vrouwen, dus zij gedragen zich net zo proleterig, als een meer verbaal georiënteerde variant van AntiFa – maar niet minder dom en agressief. Zijn zij degenen die nog niet besmette vrouwen moeten overtuigen dat hun ‘quasi-feminisme’ ook maar iets goeds biedt, behalve ridicule pogingen tot ruzie maken met blanke mannen om der wille van de ruzie? Het zijn pure querulanten!

Wat de Me#too beweging in den beginne aan goeds in zich herbergde is verloederd in modieuze haat tegen mannen die slechts hun schouders kunnen ophalen over zoveel domheid. Dus laten de dames – bij gebrek aan mannelijke belangstelling – de hand ook eens in eigen boezem steken. Waar maken zij zich nog druk om? Je gaat toch ook niet over één nacht ijs schaatsen of ’s nachts in donkere gevaarlijke steegjes lopen?

Juist in de gewenste verbetering der maatschappelijke perspectieven voor vrouwen op weg naar leidende functies zal dit gedrag contraproductief blijken. E.e.a. zou toch onder deze dames vragen moeten oproepen als ‘wie zijn wij eigenlijk?’ en ‘waar zijn wij mee bezig?’ Dat de antwoorden luiden: ‘Makkelijk te manipuleren activisten’ en ‘ Decadent links liberalisme’ tekent die asociale, verloren levens. Misschien hadden de stakkers liever een gezellige familie gehad, maar zij zijn erin gestonken. Wat brengt Karl Marx die dames toch een ellende…

Mensen appreciëren waardering, maar weinigen hebben de lef om die buiten hun eigen veilige wereldje te zoeken omdat zij niet weten wie zij zijn. Originele feministen hadden een gedegen perceptie van de eigen identiteit en werden beloond, maar de huidige, inhoudsloze karikaturen van ‘de Bovengrondse’ blijven schuimbekken in hun ondergrondse holen. Eigenlijk wel prima zo!


.

U kunt ons volgen op social media en wij stellen uw 'like' zeer op prijs.:

3 comments for “Begrijpen ‘quasi-feministen’ hun eigen identiteit wel?

  1. Jo
    12 september 2019 at 01:15

    Het bekt blijkbaar goed voor eigen oren om een volkomen leeg stuk proza vol vreemde woorden te pompen om zodoende te verbergen hoe inhoudloos het is. Dat diegenen, die hier iets uit geleerd hebben recht staan om de schrijvelaar door handgeklap ervan te weerhouden van een wanhoopsdaad te plegen want dat zou voor de rest van de wereld geen groot verlies zijn.

  2. Jan Altena
    12 september 2019 at 21:10

    R. Dunki kan ik nog volgen (meestal lees ik zijn stukjes meerdere keren), maar de reactie van Jo snap ik niet!

  3. 13 september 2019 at 13:28

    Het artikel van de heer Dunki is een samenstelling van humor en werkelijkheid. De verzachtende werking van het kunnen relativeren bij de harde betekenis is humor de aanzet.
    Het “Parafraseren” zoals Dunki doet, maakt dat de lachspieren in volle glorie hun werk kunnen doen. Maar Dunki schrijft ook:”

    ***Onappetijtelijke, politiek geïndoctrineerde schepsels die uiteraard een microscopisch kleine minderheid zijn in de samenleving, maar buitensporig kabaal produceren in de resonerende geestelijke leegte van PvdA, D’66 en GL. Zij hebben zich gevonden in hun modieuze haat tegen het imaginaire ‘patriarchaat der blanke mannen’, die hen in het voorbijgaan geen blik waardig zouden keuren.***.

    Ik heb nog eens mijn “handboek der psychiatrie” geraadpleegd en daar staat, weliswaar is het woord feminisme niet genoemd, dat het mogelijk een identiteitscrisis, is. ( de identiteitsreligie)
    De meest dramatische zin vind ik:” ****Deze perverse trollen hebben niet eens door dat zij gemanipuleerd worden door de Communistische Partij Nederland, maar besmeuren de naam van het authentieke feminisme dat niets van doen had met hun nijpende sexuele problematiek. Maar, dan zit de schrik er natuurlijk wel goed in bij de boze blanke mannen! ***.
    Hoe men het ook went of keert, het feminisme is een natuurlijk fenomeen, ook al past dat niet binnen de denkwereld van/in de orthopraxie.
    Het feminisme loopt over van minderwaardigheid- complexen en dat blijkt een “onvolwassen” basis der eigenwaarde te zijn. Maar…… ik ken enkele feministen dewelke een aan genialiteit grenzende intelligente hebben.
    Maar, ja…… vrouwen hebben nu eenmaal een ander gevoelsleven dan mannen… en dat is de harde realiteit en dat zal “hun” gehele leven verder zo blijven. In de “Politiek” blijft het “feminisme” een uitzonderlijke rol te hebben waar manipulatie en ontkenning van de realiteit, géén uitzondering is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
10 ⁄ 1 =