NAVO-gevechtskracht blijft de sjaak

De grote boze wolf uit Washington reisde af naar het walhalla van de westerse afschrikking, waar de plannen worden gesmeed om de grootste veiligheidsrisico´s buiten de deur van Europa te houden.

Afb: M113
© Public-domain. Wikimedia, Maj. D. Kurle, US-Army

De meeste landen zaten met klokkende oksels, zweet in de handen en knikkende knieën te wachten op de zweepslagen die ongetwijfeld in de Brusselse NAVO-arena uitgedeeld zouden worden. De witte man uit de VS heeft ons niet teleurgesteld. In het artikel Heeft Trump gelijk?” wordt beschreven op welke punten de man tijdens die twee dagen in Brussel zou kunnen scoren. De resultaten zijn bekend.

De Tussel[1] in Brussel

Duitsland werd gegeseld. Deze zich een Europese grootmacht beschouwende natiestaat heeft dat toch echt aan zichzelf te wijten. Het bezoek aan Trump om hem over te halen niet uit de overeenkomst met Iran te stappen om Duitse bedrijven hun omzet en winsten in Iran niet te onthouden, de gasovereenkomst met Rusland in het kader van Nordstream-2 waardoor niet alleen de afhankelijkheid van Rusland wordt vergroot, maar ook de transitinkomsten van de Oekraïne geschaad, de erbarmelijke staat van de Duitse krijgsmacht en de onwil van Merkel om in 2024 te voldoen aan de NAVO-norm van 2% BNP maar te streven naar 1.5% BNP, zijn prestaties en ontwikkelingen die veel wrevel hebben veroorzaakt, zeker bij een man met een kort lontje die diplomatieke beginselen aan zijn laars lapt en in duidelijke teksten uitlegt wat hij ervan vindt.

Voor de NAVO-bijeenkomst kwam onze premier met deze koene tekst: “Het Nederlandse kabinet houdt vast aan de ingezette lijn: toegroeien naar 2 procent van het bruto nationaal product aan defensie-uitgaven in 2024… de uitgaven versnellen met 1,5 miljard euro extra per jaar. We hebben afgesproken dat dat (Nederland) langs die lijn door moet gaan. Alle landen realiseren zich dat we de afspraken over het toewerken naar 2 procent moeten uitvoeren en dat dat urgent is”. Of Nederland in die vijf jaar met een groei van het defensiebudget met € 1,5 miljard per jaar er in zal slagen op die 2% BNP te komen, zal later in het artikel helder worden gemaakt. Na de kapitteling van de grote boze wolf kwam ineens de tekst: “We moeten meer doen, dat heb ik vorige week ook gezegd in het Witte Huis. Dus we moeten in 2020 opnieuw kijken naar de uitgaven”. Het is interessant om te weten wat het doel van dat kijken in 2020 zal zijn.

Wie wel of niet nu al voldoet aan de NAVO-norm en in hoeverre de landen die tekort schieten in 2024 de 2% BNP-norm zullen bereiken, staat weergegeven in bovenstaand beeld. Slechts vier Europese lidstaten voldoen aan die norm en het is opvallend dat Griekenland, dat al jarenlang op de zak van de noordelijke EU-lidstaten leeft, de Europese koploper is, op respectabele afstand gevolgd door een van de traditionele Europese lidstaten: Groot-Brittannië.

Vredesdividend

Rutte geeft de doorsnee Nederlander het idee dat Nederland ook wat de groei van het defensiebudget betreft, binnen de NAVO-gemeenschap als gidsland wordt beschouwd. Een uitermate twijfelachtige vaststelling.

Sinds 1990 hebben opvolgende regeringen meer geld gereserveerd voor de binnenlandse dan voor de buitenlandse veiligheid en die ontwikkeling symboliseert het opsouperen van het vredesdividend. Voor 1990 was de verhouding Defensie: Justitie en Binnenlandse Zaken: 1,5: 1 en na 1990 1: 1,5. Die omslag is vooral veroorzaakt door begrotingsproblemen en een gewijzigde interpretatie van de veiligheidsomgeving. Wat dat laatste betreft, blijft de indruk hangen dat die op een wel heel optimistische wijze werd ingekleurd. Door begrotingsproblemen is het defensiebudget in de periode 2009-2015 met € 1,1 miljard afgenomen. Nederland werd in de loop van de twee achterliggende decennia weliswaar rijker, maar gaf steeds meer uit aan andere zaken, aan binnenlandse en buitenlandse hobby´s. In 2009 bedroeg het defensiebudget bijvoorbeeld nog ruim €8 miljard of ongeveer 1,36% BNP; vijf jaar later is het defensiebudget gedaald naar 1,15%BNP.

Wanneer de verkiezingsresultaten in die vijfjarige periode richtinggevend zijn voor de opstelling van het Nederlandse electoraat t.o.v. Defensie, dan hadden politiek en bevolking steeds minder over voor marine, land- en luchtmacht.

Mitsen en maren

Bij de vaststelling van het aandeel wat van de Nederlandse welvaart gereserveerd wordt voor het defensieapparaat stuit men op veel mitsen en maren. Het begint al met het vaststellen van het percentage. Afhankelijk van de bron wordt het defensiebudget uitgedrukt in een percentage van het BBP resp. BNP. Daarin zit wel een verschil in, omdat het BNP hoger uitvalt dan het BBP[2]. Daardoor kan de discussie over de hoogte van het defensiebudget vervuilen. Een andere vervuiling is het uitdrukken van het geldvolume in dollars of in euro´s. Bij discussies (daaraan heb ik me ook schuldig gemaakt) blijkt dat de ene partij de dollar gebruikt en de andere zich vasthoudt aan de euro. Op die manier praten beide partijen over verschillende geldvolumes en percentages, die tot ongewenste irritatie kunnen leiden. Ook blijft voor de doorsnee burger onduidelijk hoe groot de invloed van de economische groei of krimp in een bepaalde periode (in dit geval de periode 2019-2024) heeft op het streven naar de 2% BNP-norm. In beide gevallen kan dat streven geblokkeerd worden en moet beleid aangepast worden.

Een andere maar die voor het grote publiek te vaak verborgen blijft, is het antwoord op de vraag of met een groter geldvolume ook de gevechtskracht en dus de afschrikkingswaarde van de krijgsmacht verhoogd wordt. Afwijkend van andere landen wordt in de Nederlandse defensiebegroting personeelskosten in de vorm van wedde, wachtgeld en pensioen opgenomen in het budget. Daardoor wordt de indruk ontkracht dat meer geld ook automatisch grotere gevechtskracht betekent.

In 2017 openbaarde de minister van Defensie haar Defensienota, Investeren in onze mensen, slagkracht, en zichtbaarheid. Uit de inhoud kan worden vastgesteld dat de nota vooral een intern gebaar reflecteert. De veiligheid van militairen, hun uitrusting, de kwaliteit van de spullen waarmee zij moeten werken en hun arbeidsvoorwaarden hebben de komende jaren prioriteit. Het herstel van vertrouwen van het defensiepersoneel in hun eigen organisatie blijkt de komende jaren de belangrijkste uitdaging. Voordat er sprake kan zijn van zichtbare groei, grotere of meer buitenlandse missies en spectaculaire wapensystemen, moet eerst heel veel achterstallig onderhoud ingehaald worden: onderhoud aan en modernisering van wel of niet gepantserde platformen (Bushmaster, Fennek, CV90 en pantserhouwitser, Apache-gevechtshelikopter) en verschillende grote schepen die de afgelopen jaren met noodverbandjes bij elkaar werden gehouden. Bovendien slokt de vier procent loonsverhoging een groot deel van het extra defensiebudget op. Ook mag niet vergeten worden dat vervanging van materieel dat de gevechtskracht vormt qua investering en exploitatie meer zal kosten dan het te vervangen materieel. De JSF heeft aangetoond dat de kostprijs stijgt naarmate de doorlooptijd van het project langer wordt en een grotere financiële druk op het budget veroorzaakt.

In 2018 bedraagt het volume van het defensiebudget €9,2 miljard en volgens het ministerie vertegenwoordigt dat volume 1,19% van het BNP. Andere bronnen spreken echter van 1,16% en 1.14% BNP, waardoor de discussie vervuilt. Hoe dan ook, alle percentages zijn brutobedragen, omdat slechts een deel direct wordt gebruikt om de gevechtskracht van de krijgsmacht, vertegenwoordigd door de operationele commando´s land-, lucht- en zeemacht, te verbeteren. Wanneer die trend zich doorzet en de economische ontwikkeling gestaag blijft groeien, denkt Rutte in 2024 het defensiebudget op een volume omvang van ongeveer € 15 miljard te hebben opgebouwd en de 2% BNP-norm te hebben bereikt.

Dat is nog maar de vraag, omdat het effect van de economische groei door die verwachting fietst. De stijgende welvaart zal de regering ook dwarszitten om dichter bij de NAVO-norm te komen. Wanneer die in de komende vijf jarige periode tussen de 2% en 3% blijft schommelen en het BNP van de huidige €770 miljard groeit naar rond de € 850 miljard, zal het defensiebudget een volume moeten hebben van rond de € 17 miljard om die 2%-norm te bereiken. Dat betekent dat de regering zichzelf heeft opgezadeld met een groei van het volume van rond de € 9 miljard naar rond de € 17 miljard: bijna 80%.

De sjaak?

In het artikel “Heeft Trump gelijk?” is vooral aandacht besteed aan drie zaken die de afschrikkingwaarde van NAVO beïnvloeden: de positie van Duitsland als frontrunner en de effecten van de toestand van diens krijgsmacht, de Nordstream-2-overeenkomst en het bereiken van de 2% BNP-norm in 2024 door alle lidstaten. Twee en twintig vallen uit de boot en het is de vraag of ze goed en lang genoeg kunnen zwemmen om weer in de boot te kunnen kruipen. Gelet op de economische ontwikkelingen en in het verlengde de financiële basis zal dat voor veel landen een hele klus gaan worden. Bovendien heeft de NAVO de indruk gewekt dat door het bereiken van de 2% BNP-norm de afschrikkingwaarde van de NAVO een enorme stimulans zal krijgen, en wel zodanig dat de kleine tsaar in Moskou echt op zijn tellen moet gaan passen. Wanneer in de discussie wordt meegenomen dat bijna 80% van de lidstaten (Nederland behoort daartoe) in operationeel opzicht niet kan voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in het meest actuele NAVO-Strategisch Concept “Active Engagement, Modern Defense[3], dan hoeft men in Moskou niet zo erg bang te zijn.

Het is, ondanks de waarschuwende teksten die (een deel van) de media nu schrijven over de problemen binnen Defensie en de bezorgde blikken die politici werpen op de huidige staat van de Nederlandse krijgsmacht, nog maar de vraag of de verdeelsleutel tussen politieke hobby´s (herbruikbare energie, afkoppeling van het gas, sluiten van ook de nieuwe kolencentrales, geen kernenergie, migratie, multiculturele samenleving), binnenlandse veiligheid (politie en justitie) en buitenlandse veiligheid (hoofdzakelijk krijgsmacht) zodanig kan worden omgebogen dat niet alleen het gewenste financiële volume van het defensiebudget, maar ook de gevechtskracht van de krijgsmacht kan groeien. Meer geld is nog geen garantie voor een hogere gevechtskracht, omdat vooral de grondcomponent op het moderne gevechtsveld nog steeds niet voldoet aan de eisen van het grootschalige optreden.

Dat geldt ook voor het gros van de andere eenentwintig lidstaten wier defensiebudget ver onder de 2% BNP-norm ligt. Kortom, achter de afschrikkingwaarde van de NAVO moeten ook in 2024 nog veel vraagtekens geplaatst worden.

—————————————–

[1] Zie www.urbandictionary.com voor de uitleg. De vertaling is ongeschikt om in dit artikel te vermelden.

[2] BBP nl. BNP = BBP + (inkomens verdiend in buitenland – inkomens verdiend in eigen land door buitenlanders).

[3] Zie artikel “Spoort het Eindrapport Verkenningen met het nieuwe Strategische Concept van NATO?” Carré #3, 2011.

 

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties