Een Bosmannetje?

Gisteren moest ik terugdenken aan een uitspraak van E.J. Perkins, een uitspraak die perfect weergeeft welk spookbeeld bij militairen wordt opgeroepen als een minister- president of minister van Buitenlandse Zaken aan de vergadertafel in New York of Brussel de vinger opsteekt om uit politiek gewin een militaire bijdrage te leveren aan een van die uitzichtloze missies in Europa of een ver van huis-gebied.

Bosman. Afb: scr Youtube

Daar gaan we weer” hoor je de werkvloer denken. Weer, ja. Gelet op de voortdurende personeelskrimp bij de krijgsmacht wordt de poel waaruit geput kan worden, steeds kleiner en ondieper en het zijn vaak het dezelfde mannen en vrouwen die de plunjebaal moeten inpakken en de achterban voorbereiden op weer een periode van maanden van huis.

Perkins had het over clueless men about the grim realities of war en leefde in een periode dat de defensiepost nog werd ingevuld met mannen. Gelet op het feit dat westerse landen de defensiepoort wijd open hebben gegooid voor potige, doorpakkende vrouwen en het genderneutrale tijdperk is gestart, moet die uitspraak worden aangepast. Die moet nu luiden “clueless persons about the grim realities of war”. Nu dat is rechtgetrokken, kan een antwoord gegeven worden op de vraag waarom ik aan die uitspraak terug moest denken. Daaraan waren twee artikelen debet, die op mijn Facebookpagina werden geplaatst.

Korzelig en gebrek aan kennis

Op de website www.nederlandseofficierenvereniging.nl bleek een tweetstroom tussen twee VVD-parlementsleden – Bosman en Ten Broeke – en o.m. het duovoorzitterschap van de KVOM het vertrekpunt voor een notitie te zijn. Daarin stelde het duovoorzitterschap dat “met het groeien van de economie wij met het huidige beleid de 2% Bruto Binnenlands Product (BBP) nooit gaan halen” en de heer Bosman beantwoordde die stelling met “zorg nu maar eerst eens dat je die 1,5 miljard opmaakt. Stop de discussie over de 2%, die krijg je wel, maar bepaal eerst maar eens welke krijgsmacht wij zouden moeten hebben”. Toonzetting en strekking van die ene zin van Bosman was niet echt wat men zou verwachten van een volksvertegenwoordiger die zich heeft ingegraven in de problematiek waarmee de krijgsmacht al decennia worstelt. Dat antwoord ontstijgt in mijn beleving niet het niveau van een korzelige ouder die een lastige vraag van zijn kind niet wil beantwoorden.

In een zin drie elementen opnemen die niet de verantwoordelijkheid van de vragensteller, maar van de antwoorder reflecteren, doet een beetje dom aan. Hoezo € 1,5 miljard besteden? Hoezo krijgen we die 2%? Hoezo, moet de vakbond gaan vaststellen welke krijgsmacht die wil hebben. Bosman blijkt nog steeds niet in de gaten te hebben dat de politiek vanuit haar ambitieniveau rekening houdend met de wensen van de NAVO en ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving, zal moeten vaststellen hoe het takenpakket van de krijgsmacht er uitziet. Hoeveel financiële ruimte de krijgsmacht gegeven wordt om dat takenpakket met succes structureel te kunnen uitvoeren. Het politieke kartel waar de heer Bosman deel van uitmaakt, is ruim twee decennia bezig om het ambitieniveau af te stemmen op de politieke en veiligheidsomgeving en is nog steeds niet in staat een duidelijk antwoord naar de krijgsmacht te communiceren. Wat het politieke kartel in die periode wel heeft gedaan, is het defensiebudget afromen, waardoor de gevechtswaarde van de krijgsmacht zodanig is gezakt dat de Nederlandse samenleving niet meer adequaat beschermd[i] kan worden. De politiek is bovendien in gebreke gebleven om het effect van het gevoerde defensiebeleid op de veiligheid van de Nederlandse samenleving in kaart te brengen en de samenleving daarover te informeren. Kortom, het politieke kartel heeft bewust de veiligheid van de Nederlandse Staat in gevaar gebracht.

In de notitie staat een aantal kanttekeningen dat het politieke kartel allang in beweging had moeten brengen. Het defensiebeleid van de laatste vier kabinetten – bezuiniging tot een bedrag van ruim € 18 miljard – heeft geresulteerd in een zodanige kapitaalvernietiging van mens, materieel en infrastructuur dat de grondwettelijke taken niet meer uitvoerbaar zijn. Gezien de huidige staat van de krijgsmacht duurt een opwaardering van diens gevechtswaarde van de krijgsmacht naar een niveau waardoor die grondwettelijke taken wel adequaat uitgevoerd kunnen worden: 10 tot 15 jaar. Mits een halt toegeroepen kan worden aan de huidige personeelsuitstroom op de werkvloer.

Een voormalige Chief of the Army Staff fluisterde in 2003 de Amerikaanse samenleving toe: “it is important to point out that the Army Vision Statement begins and ends talking about people. People are central to everything we do in the Army. Institutions do not transform; people do. Platforms and organizations do not defend the Nation; people do. And finally, units do not train; they do not stay ready; they do not grow and develop leadership; they do not sacrifice and they do not take risks on behalf of the nation; people do. The magnificent moments as an Army continue to be delivered by our soldiers in the field. To ensure continued success we have taken important strides in taking care of our people and their families. Without people in the equation, readiness and transformation are little more than academic exercise. Een rondje langs de troepen leert dat die uitstroom onder de huidige financiële en werkomstandigheden niet kan worden gestopt en de inschatting van de KVOM te optimistisch is.

De KVOM merkt terecht op dat het rommelen op papier met aantallen miljoenen en miljarden euro´s en het regelmatig doen van loze beloftes (vooral voor verkiezingen) er in geresulteerd heeft dat het vertrouwen in het politieke kartel compleet verdwenen is. Herstel van vertrouwen vergt betrouwbare inspanningen van het politieke kartel ( en niet zoals Bosman stelt van de krijgsmacht) die vooral vertaald zullen moeten worden in geld dat direct naar de krijgsmacht toestroomt om de gevechtswaarde in een opwaartse trend te kunnen stuwen. Netto- en geen bruto-BBP of -BNP-bedragen. Dat herstel zal zich m.i. over meerdere kabinetten gaan uitstrekken en dus tenminste vier tot 12 jaar duren.

De twee kanttekeningen van de KVOM – stoppen van de kapitaalvernietiging en opbouw van de gevechtswaarde van de krijgsmacht tot het pre-2000-niveau en herstel van het vertrouwen in de politiek door een directe toestroom van nettobedragen naar de krijgsmacht – had de heer Bosman moeten stimuleren om de vraag “ 2% voor Defensie, een non-discussie” op een volwassen wijze te beantwoorden. Blijkbaar schoot de vraag hem in het verkeerde keelgat of had hij geen antwoord paraat. Ik gok op het laatste.

Angst voor de toekomst

Op 12 maart werd op de website defensie-platform.nl een artikel met de titel “opgeheven eenheden, defensiehatende knakenbijters, en tijd voor de ommekeer? In het artikel wordt ruimte gegeven aan de bange gevoelens van de werkvloer van de krijgsmacht en wellicht dat de heer Bosman de moeite kan nemen om de strekking van de tekst tot zich te laten doordringen en zich vervolgens nog eens zich te buigen over de kanttekeningen van de KVOM. Wat te denken van de opmerkingen in het artikel als:

Een beetje geld bij, maar dat het te weinig en te laat is blijkt wel uit de berichten dat compagnieën van de landmacht, luchtmacht en het Korps Mariniers tijdelijk worden opgeheven. Dan gaat het dus om gevechtseenheden die zorgen voor de daadwerkelijke gevechtskracht bij bijvoorbeeld de verdediging van ons grondgebied.

Personeel holt harder de poort uit, dan dat er geworven wordt. Zelfs dus bij de elite-eenheden van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers. Maar dat is logisch, want het materieel is oud en versleten, en de arbeidsvoorwaarden onder de maat. En de minister schuift voorlopig ook nog niet aan bij het arbeidsvoorwaardenoverleg en lijkt ook niets te doen om het nog steeds aanwezige AOW-gat op te lossen. Neem daarbij de angstcultuur die heerst onder het personeel, en het is weinig aanlokkelijk om bij de eens zo fiere krijgsmacht te dienen.

Het wordt tijd voor politici die zich echt hard maken voor Defensie. Het wordt tijd voor bevelhebbers die zich intern en extern echt keihard maken voor het behoud, werving en versterking van hun mensen en materieel. Het wordt tijd voor bewindslieden die echt hun nek willen uitsteken voor Defensie. Het wordt tijd voor een regering die echt werk wil maken van onze veiligheid. Het wordt tijd dat we gaan inzien dat we niet zonder goed functionerende krijgsmacht kunnen.

De vraag aan de heer Bosman luidt dan ook: “Bent U die dappere politicus, meneer Bosman, die zijn nek uitsteekt en zich hard maakt voor de krijgsmacht? Gaat U de barricaden op om met luide stem verkondigen dat het zo niet verder kan?”. Of doen VVD- politici dat liever in Kiëv? En als U bereid bent om dat te doen, neem dan een paar militairen van de werkvloer mee; dan kunnen ze met eigen ogen zien dat er nog krachtdadige politici zijn die begaan zijn met de veiligheid van de Nederlandse samenleving. Of blijft het bij korzelige tweets naar de KVOM, omdat die het waagt het beleid van de regering aan de kaak te stellen en met een terecht wantrouwen kanttekeningen te plaatsen bij de schaatsbewegingen van VVD-politici op defensiegebied?

Een Bosmannetje?

Wanneer toonzetting, strekking en kwaliteit van het antwoord van de heer Bosman de kompasrichting reflecteert van de koers die het huidige kabinet voor Defensie gaat varen, dan breken voor de krijgsmacht inktzwarte tijden aan.

———————————————– 

[i] In de relevante wetgeving staat dat de krijgsmacht o.m. het Nederlandse grondgebied moet kunnen verdedigen. Als we over de veiligheid van een samenleving spreken, is de term verdedigen een te reactief, te geografisch gebonden en door de ontwikkelingen in de veiligheidsomgeving, een archaïsche term. Die term is ook niet in lijn met de onsplitsbare veiligheid en strategische diepte in het Strategisch Concept van de NAVO.

 

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties