Srebrenica: 25 jaar geleden -deel 2

In een drieluik zet kolonel b.d. Brantz vandaag de aanloop naar de Srebrenica-missie uiteen waar hij uiteindelijk ook zelf onderdeel van uitmaakte. Zijn scherpe analyse van het functioneren op ‘het plein’, in de politiek en binnen de militaire top is veelal niet mals, maar zeker ook niet vals. Dit is deel 2 en later vanmiddag volgen nog het derde en laatste deel in deze serie. Lees HIER deel 1.

—————————————————

Verdedigen of Beschermen?

Tot mei 1994 rustte het operationele raamwerk in de Safe Area Srebrenica hoofdzakelijk op UNSCR 836, (VN) het Safe Area Concept, de Morillon overeenkomst van 8 mei 1993, de visie van Commandant SNE (vanaf april 1994), de ROE en de interpretatie van defensiestaf- en landmachtstaf-juristen betreffende gebruik van geweld en de invulling van de beschermingsopdracht[1]. Die laatste twee documenten bevatten heldere richtlijnen voor de Nederlandse VN commandant in een Safe Area. In mei 1994 vond de SGUN het noodzakelijk om afgestemd op de ontwikkelingen in Bosnië de opdracht voor UNPROFOR eenheden in een Safe Area aan te passen aan de heersende realiteit[2] en die aanpassing in zijn december rapportage[3] te bevestigen.

UNSCR 836

De VN stelde van huis uit vast dat UNPROFOR, ondersteund door luchtsteun, alles[4] moest doen wat in haar macht lag om haar mandaat uit te voeren. Op welke manier UNPROFOR dat dacht te gaan doen stond niet expliciet in de UNSCR beschreven. Die verantwoordelijkheid was op de schouders van COM UNPROFOR gelegd. Uit de inhoud van UNSCR 836 wordt duidelijk dat nationale bijdragen geloofwaardig[5] moesten zijn om inhoud te kunnen geven aan de noodzakelijke afschrikking en in staat zijn om een uitdagend en volumineus takenpakket onder moeilijke omstandigheden te kunnen behappen. Dat takenpakket strekt zich uit van het monitoren van een staakt-het-vuren via het afdwingen en begeleiden van de aftocht van niet-Bosnische paramilitaire en militaire eenheden tot het bezetten en in bezit houden van sleutelgebieden, Daarnaast moest de eenheid slagkracht en bescherming bezitten om FOM kunnen afdwingen en handhaven; adequaat te kunnen reageren op eventuele beschietingen van de Safe Area en schendingen van het gebied van de Safe Area in de vorm van aanvallen kunnen afwijzen. Een vol pakket.

Achtergrondfoto: Wikimedia.

Gelet op strekking van die UNSCR en rekening houdend met de perceptie van Bosniërs en Bosnische Serven moesten die bijdragen in staat zijn om geïntegreerde gemechaniseerde operaties met en zonder luchtsteun onder diverse weer- en zichtomstandigheden uit te voeren, escalatiecapaciteit bezitten en – gelet op de frequent gebruikte term afdwingen in de opdracht – psychisch en fysiek in staat zijn om gewapend geweld op de juiste locatie, tijdstip, tijdsduur en in de gewenste intensiteit toe te passen. Aan die eisen zou zeker de eerste rotatie van Dutchbat moeten voldoen.

Van behoud van gebied naar beschermen van mensen

Wijzer geworden door de ontwikkelingen in en rond Gorazde, Bihac en Sarajevo ging de SGUN in zijn mei 1994 rapportage dieper in op realiteitsgehalte, bruikbaarheid/toepasbaarheid van de betrokken UNSCR’s en het geformuleerde Safe Area concept. Hij constateerde een aantal zwakke punten in die documenten. Achteraf bekeken waren de observaties die hij in zijn rapportage vastlegde, regelrechte waarschuwingen voor de levensvatbaarheid en levensduur van geïsoleerde Safe Area´s. Als de Haagse staven op de hoogte waren geweest van de betekenis en strekking van die observaties, dan hadden Dutchbat rotaties de signalen binnen en rond de Safe Area Srebrenica op de juiste waarde kunnen schatten en had het debacle wellicht voorkomen, of in ieder geval beperkt kunnen worden. Als… Of de defensiestaf heeft daar niet bij stilgestaan, of heeft het gemist, of de topleiding van de landmacht is in gebreke gebleven. De gewijzigde opdracht in een Safe Area luidde na 4 mei 1994 als volgt: :

“To protect the civilian populations of the designated Safe Areas against armed attacks and other hostile acts, through the presence of its troops and, if necessary, through the application of air power, in accordance with agreed procedures”.

Die wijziging betekende een verschuiving van een op het behoud van gebied toegespitste opdracht naar een op mensen geconcentreerde opdracht ongeacht het gebied waar die binnen een Safe Area zouden verblijven. Die aanpassing betekende ook dat binnen een Safe Area een opvang en beschermingsplan gereed en getest moet zijn. In het geval van Srebrenica zou zo´n plan pas op 9 of 10 juli met de titel ‘Plan Otter’ het levenslicht zien.

Weliswaar werd de opdracht aangepast, maar de SGUN ging merkwaardig genoeg voorbij aan het feit dat UNPROFOR troepen binnen die Safe Area nog steeds in staat moesten zijn om full respect for the Safe Area’s te kunnen afdwingen. Het was bovendien onduidelijk hoe – beschouwd vanuit een militaire invalshoek – die beschermingsopdracht moest worden ingevuld en welke militaire middelen en instrumenten daarvoor nodig waren. Gelet op de gebeurtenissen in de periode 1992-1993 betekende ‘beschermen’ in ieder geval het voorkomen van etnische zuiveringen, m.a.w. voorkomen dat Bosnische moslims werden gemarteld, verkracht, geïnterneerd, gedeporteerd en gedood resp. vermoord. Die veranderde opdracht zou dan moeten leiden tot een gewijzigde structurering van militair vermogen, omdat de eis full respect for the Safe Area m.i. betekende dat het militair vermogen een grote afschrikkende waarde moest hebben en dus over escalatiecapaciteit moest blijven beschikken.

Geen  massale luchtsteun, geen Safe Area

Uit de mei en december rapportages komt ook duidelijk naar voren dat New York de implicatie van de inhoud m.b.t. luchtaanvallen niet heeft doorzien. In de rapportage wordt herkenbaar onderstreept dat volgens de VN “air strikes to compel an end to the attack on the Safe Area’s een gecoördineerde VRS aanval op Srebrenica kan stoppen. Zo’n resultaat kan volgens de SGUN alleen worden bereikt door massale inzet van luchtpotentieel in de vorm van Battlefield Air Interdiction of BAI resp. in politieke termen uitgedrukt Air Strikes die doelen in de diepte van het VRS aanvalsvak aangrijpt in de voorbereidende fase van een aanval. Een grondeenheid zonder directe ondersteuning van een 3-D inlichtingenstructuur kan geen inhoud geven aan de gewenste informatie behoefte om vast te stellen of en in welke fase van het aanvallend gevecht een VRS operatie zich bevindt. Daarom hadden New York en Mons die inlichtingen en Informatievoorziening voor hun rekening moeten nemen om in voorkomend geval het geconstateerde ontmoedigingsbeleid inhoud te kunnen geven.

Er was dus fundamenteel iets veranderd voor de tweede rotatie, maar ik ben over die veranderingen nooit door bevelhebber, commandant KL-crisisstaf of DCBC geïnformeerd. Volgens mij heeft niemand van de tweede rotatie daarvan geweten gelet op het ontbreken van een opvangplan in het kader van de beschermingstaak. De tweede rotatie ging verder waar de eerste rotatie gestopt was en het bleef voor commandanten op de grond onduidelijk of het takenpakket van UNPROFOR toegespitst was op behoud van het gebied binnen Safe Area bestandslijnen m.a.w. het grondgebied waarop de DP’s hun toevlucht hadden gezocht (verdedigen) of hun taken waren geconcentreerd op het in leven houden van de DP’s (beschermen).

Wat moet en mag

De SGUN plaatste in zijn mei 1994 rapportage dus vette vraagtekens bij een succesvolle uitvoering van het mandaat zoals dat was vastgelegd in UNSCR 824/836 en wat Srebrenica betrof, de Morillon overeenkomst van 8 mei 1993. Die twijfels herhaalde hij in zijn december-rapportage. In het begeleidende schrijven bij zijn Safe Area Concept van 25 mei 1993 en bevestigd in zijn rapporten van 9 mei en 1 december 1994, benadrukte de SGUN de relatieve waarde van het concept, waarbij het hoofdzakelijk draaide om: het tijdelijke karakter van het concept en de noodzaak van een snelle politieke oplossing; disproportionaliteit tussen het aantal militairen en de omvang van het takenpakket; afhankelijkheid van NATO luchtsteun[6]; het ontbreken van efficiënte inlichtingen en waarnemingssystemen[7] en de politieke terughoudendheid van TCN’s om gewapend geweld toe te passen bij het afdwingen van het mandaat. De overwegingen van de SGUN gebaseerd op alle waarnemingen van de problematiek die UNPROFOR in het verdere verloop van 1994 ondervond bij de uitvoering van het Safe Area Concept, luidde in december 1994 als volgt:

Een gecoördineerde aanval op een Safe Area kan alleen worden voorkomen als herhaaldelijk luchtaanvallen worden uitgevoerd op het moment dat (delen van) de aanvallende VRS strijdmacht nog op ruime afstand van de Safe Area gepositioneerd zijn.

Wanneer we die vaststelling combineren met de opmerking van de SGUN dat UNPROFOR eenheden in de Safe Area niet in de positie mogen komen dat ze worden gedwongen de “mogadishu lijn” (overgang van art. 5 naar een art.7 van PK naar PE operatie) te overschrijden, dan betekent dat in militaire zin vertaald dat alleen grootschalige inzet van luchtplatformen in de voorbereidende fase van een te lanceren aanval, de VRS er van kan overtuigen om af te zien van een gecoördineerde aanval op een Safe Area. Gezien het feit dat versterking van grondtroepen in de Safe Area nooit door de VRS zou worden toegestaan, drukt de SGUN daarmee uit – en niet bewust bedoelde te zeggen – dat noch Air Strikes noch CAS na de inzet van een voorbereide, gecoördineerde VRS aanval, die aanval kan stoppen. Wanneer mijn interpretatie juist is betekent het dat een massale inzet van luchtpotentieel in de vorm van Battlefield Air Interdiction of BAI of in politieke termen uitgedrukt de massale uitvoering van een Air Strike in de voorbereidingsfase van een dergelijke aanval moet worden uitgevoerd om Bosnisch Serven er van te weerhouden een aanval te lanceren. De moslim regering in Sarajevo ondersteunde vanzelfsprekend die visie the early employment of large-scale air strikes in order to break the offensive capability of Serb forces”. Wanneer dat mislukt, is een aanval op een Safe Area niet m.b.v. CAS te stoppen en is het voor die Safe Area ‘game over’. CAS inzetten na de start van een aanval worden alleen uitgevoerd ter bescherming van militaire UN entiteiten in een Safe Area en kunnen nooit leiden tot behoud of zelfs bescherming van de Bosnische bevolking in die Safe Area.

Beschermen of niet? De discussie over wie wel of wie niet kon en mocht rekenen op bescherming door UNPROFOR in een Safe Area heeft merkwaardig genoeg lang geduurd. Tot een brede consensus heeft die uitputtende discussie evenwel niet geleid. Uit evaluatie van de ROE blijkt dat defensiejuristen in 1992 en 1994 hebben geconcludeerd dat alle burgers die in de Safe Area verbleven, de facto onder bescherming van Dutchbat stonden en zij mochten/moesten met gewapend geweld worden beschermd. De commandant ter plaatse zou in dat geval moeten besluiten om geweld wel of niet te gebruiken ter bescherming van de betrokken burgers. Die bescherming moesten VN eenheden in Safe Area’s voornamelijk afdwingen door mere presence door o.m. duidelijk te maken dat zij “hun beschikbare wapenpotentieel in voorkomend geval zouden gebruiken om die beschermingsopdracht te materialiseren”.

Wellicht had de SGUN in december 1994 al het gevoel dat op de langere termijn niet alle Safe Area’s behouden konden worden, waardoor hij de tijdelijkheid van Safe Area’s meer verbond met het moment dat de strijdende partijen of afzagen van het verdere nut (Bosniërs), danwel besloten Safe Area’s gewapenderhand in bezit te nemen (Bosnische Serven), danwel het bereiken van een politieke oplossing. Door in mei 1995 Airstrikes in de koelkast te zetten, hebben Clinton, Major en Chirac bewust VN troepen in de diverse Safe Area’s bloot gesteld aan de gevaren die een VRS aanval zou opleveren. Als die stelling juist is dan verduidelijkt dat de uitspraak van Boutros Gali toen hij na de val van de Safe Area werd geïnformeerd en volgens toehoorders de uitspraak deed, dat die val “voor hem geen verrassing was”. Dat is m.i. zeker laakbaar gedrag.

(On) bewust gebrek aan communicatie?

Zover mij bekend heeft de verfijning van het mandaat zoals die in mei 1994 aan de Veiligheidsraad is voorgesteld en door die raad is aangenomen noch bij de betrokken hiërarchische lagen van UNPROFOR/UNPF noch bij de betrokken TCN’s tot een hernieuwde analyse van de opdracht in geïsoleerde oostelijke Safe Area’s noch tot herijking van het te leveren militair vermogen geleid. Ook niet in Nederland. Dat blijkt uit de relevante teksten in zowel het NIOD rapport als het ‘Eindrapport van de Parlementaire Enquête Commissie’. Beide onderzoekstructuren baseren zich op de initiële in 1993 geformuleerde opdracht: behoud van gebied. Het gevolg is dat beide structuren zich bij hun onderzoek naar het functioneren van de derde rotatie van Dutchbat hebben laten leiden door een onjuist operationeel raamwerk en bij de bespreking van het luchtsteun drama ook niet de perceptie van de SGUN hebben meegenomen over de inzet van luchtsteun om een gecoördineerde VRS aanval op een van de geïsoleerde Safe Area’s te kunnen ontmoedigen, respectievelijk te stoppen.

De aanpassingen die in december 1994 door de bevelhebber werden opgedragen, hadden in ieder geval die verfijningen niet als vertrekpunt. De door hem gewenste aanpassingen moesten een oplossing brengen voor de logistieke problematiek buiten, naar en binnen de Safe Area met de aantrekkelijke bonus dat minder militairen het slachtoffer zouden worden van het wispelturige gedrag van Bosnische Serven. Die reorganisatie had geen operationele achtergrond.

Verdedigen of Beschermen? De eerste rotatie had zich moeten concentreren op verdedigen en diens configuratie zou op die taak meten zij afgestemd. De  tweede en derde rotatie zouden zich moeten bezig houden met het beschermen van de medemens die een plek binnen de grenzen van de Safe Area hadden gevonden.

Noch het een, noch het ander is gebeurd.

——————————————————

[1] Nota voor MinDef # JZN92/0771/IJB d.d. 19 oktober 1992 en KL Intern Memorandum d.d. 5 januari 1994. Beide documenten in mijn persoonlijke archief.

[2] Rapportage SGUN S/1994/555 van 9 mei 1994. In mijn persoonlijke archief.

[3] Rapportage SGUN S/1994/1389 d.d. 1 december 1994. In mijn persoonlijke archief.

[4] In mentaal-moreel en fysiek opzicht door o.m. het gebruik van de organiek ingedeelde wapensystemen (first resort) aangevuld door luchtaanvallen (second resort).

[5] Die geloofwaardigheid wordt bepaald door de Strijdende Partijen en niet vanwege het feit dat die eenheden in staat zijn om humanitaire hulpverlening te ondersteunen.

[6] Na de aanval op Gorazde ( april 1994) en Udbina ( november 1994) groeide vooral bij UN militairen de twijfel aan de effectiviteit van het luchtwapen. Die aanvallen onderstreepten duidelijk dat de UN gevoelig en kwetsbaar was voor chantagepraktijken in de vorm van dreigementen om individuele militairen, geïsoleerde eenheden, onbeschermde konvooien en geïsoleerde Safe Areas te gijzelen. De VRS was in 1995 er stellig van overtuigd dat de VN niet snel naar het luchtwapen zou grijpen om gerezen problemen op de grond op te lossen;

[7] De kwaliteit en kwantiteit van TACP`s en de spanning tussen non art 5 (peace keeping) en art 7(peace enforcement) waardoor identificatie van te bestrijden doelen complexer werd en dientengevolge het bereiken van de gewenste effectiviteit van het grond- lucht optreden twijfelachtig was.

 

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties