Populair willen zijn is ook populisme

Herhaaldelijk hoor je Nederlandse politici elkaar voor populist uitmaken. Media informeren ons, de Nederlandse samenleving, in een sombere toonzetting dat het populisme in het Westen terrein wint. Als je als populist wordt gekarakteriseerd, ben je dus in hun ogen een slecht mens, een vijand van de samenleving.

Het ontbreken van een eenduidige, heldere definitie van de term populisme en populist speelt politici en media in de kaart. De kenmerken of criteria[1] die politicologen – wie dat ook mogen zijn – aan de term toekennen, laten een ruimere en vaak negatieve etikettering toe. De populist is volgens die politicologen “een charismatische leider die een duidelijke afkeer toont voor het partijestablishment, de politieke elite; de wil van het volk prefereert boven het geïnstitutionaliseerde politiek correct denken ten faveure van minderheidsgroeperingen en voortdurend een beroep doet op eenheid en de liefde voor het vaderland”. De Christen Unie brengt populisme als volgt onder woorden “Populisme is een manier van communiceren waarin eenvoudig taalgebruik en gerichtheid op het volk centraal staan. Deze manier van communiceren heeft vaak tot doel de gevestigde orde wakker te schudden en omver te werpen”. Kenmerkend in beide inschrijvingen is de term volk, een term die in algemene zin een negatieve toonzetting heeft. Bovendien wordt die negatieve toonzetting in de tweede omschrijving versterkt door de inpassing van eenvoudig taalgebruik en omverwerpen.

Wanneer die negatieve strekking wordt geprojecteerd op delen van de bovenstaande omschrijving, blijken onze Nederlandse politiek georiënteerde criticasters van huis uit positieve karakteristieken zoals charismatisch zijn, afkeer hebben van de politieke elite en de wil van het volk respecteren als negatief te ervaren? Het wordt nog gekker als de verbinding wordt gemaakt met de omschrijving van een democraat, een term die over het algemeen een positieve toonzetting heeft. Een democraat is een voorstander van een democratie, een bestuursvorm waarin de voltallige bevolking soeverein is en alle autoriteit gebaseerd op de (minstens theoretische) instemming van het volk. Die bestuursvorm is gebaseerd op het menselijke gelijkheidsideaal, karakteristieken waaraan ook een populist beantwoordt.

Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is (zoals in het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat), dan heeft ook niemand méér recht dan een ander om bepaalde wetten vast te stellen of beslissingen te nemen. Vrijheid en gelijkheid zijn dan in evenwicht[2]..

Mensen zijn in de praktijk niet gelijk. Er bestaat een sociale en materiële ongelijkheid door de invloed van omgevingsfactoren[3] en intrinsieke menselijke karakteristieken. De Tocqueville (1805-1859)[4] stelde vast dat gelijkheid en vrijheid op gespannen voet staan en hij waarschuwde voor de tirannie van de meerderheid. In Westerse democratieën doen zich op dat gebied een aantal merkwaardige ontwikkelingen voor. De politieke gevestigde orde heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld tot een elite, een kleine groep met buitengewone privileges[5], die in algemene zin te vaak roept “het beter te weten wat goed voor het volk is dan het volk zelf”. Uit die tekst spreekt een grote mate van arrogantie en is op zich nog discriminatoir ook. We zien hier dan ook kenmerken van de tirannie van de minderheid doorwerken op het spanningsveld tussen vrijheid en gelijkheid. Het wordt nog gekker. In het verlengde daarvan is in Nederland nog een tweede ontwikkeling herkenbaar. Door het in Nederland geïnstitutionaliseerde politiek correct denken en handelen wordt de tirannie van de minderheid op een andere manier versterkt. De groeiende invloed van normen en waarden van de islam constateren we een onevenredige invloed op het doen en denken van de Nederlander.

De Nederlander die zich aan de wetten houdt, braaf zijn belasting betaalt en in feite zorg draagt dat de verzorgingsstaat nog enigszins kan functioneren, die Nederlander heeft het gevoel gemangeld te worden tussen de tirannie van de politieke elite en de tirannie van de niet-Nederlander met een andere culturele achtergrond. Daarom wendt hij zich tot de charismatische politicus die zich manifesteert als de pure vertegenwoordiger van (een segment van) de bevolking en de problematiek in zijn taalgebruik helder verwoordt. Die uit hun naam de strijd wil aanbinden met de twee soorten tirannie van de minderheid. Het gros van de traditionele partijen dat al decennia lang het politieke establishment vormt en zich heeft ontwikkeld tot een politieke elite die zich doof houdt voor de bezwaren en noden van die volgzame Nederlander; die elite voelt zich in zijn bestaan – in termen van Haagse pluche en herverkiezing – bedreigd en keert zich tegen de veronderstelde redder in nood van het gemangelde deel van de bevolking. Op de barricades, tegen de populist en het populisme!

Niet beseffend dat ze zich van dezelfde methoden en spraakgebruik bedienen als de door hen van populisme beschuldigde collega, gaan de politieke voortrekkers, gesteund door het gros van de MSM, de strijd aan met de populist en zijn populisme. Het segment dat zijn heil heeft gezocht bij de van populisme beschuldigde politicus wordt door hen geëtiketteerd als klootjesvolk of kiesvee. Met die kwalificaties gaan ze voorbij gaan aan de verscheidenheid van dat segment. Verscheidenheid in intellectueel niveau, culturele afkomst, invulling van de actieve arbeidsperiode, afkomst en materieel bezit. Tussen de regels door maken die politieke voortrekkers zich schuldig aan discriminatie en t.o.v. delen van dat klootjesvolk segment zelfs aan racisme. Termen die het arrogante establishment niet graag hoort als kwalificatie van hun optreden.

Het gebruik van populist en populisme in een negatieve toonzetting kan worden gekarakteriseerd als een vorm van onfatsoen, van weinig beschaving, als een voorbeeld van nep nieuws. Mat Herben benadrukte op 2 februari 2017 in zijn artikel “Dit is de druppel” dat analisten die te pas en te onpas kraaien over de opmars van populisten er niets van begrijpen. Er zijn goede en er zijn slechte politici. Allemaal zijn ze populist, want allemaal moeten ze stemmen winnen. Populisme is dus een zinloos scheldwoord, dat in de praktijk averechts uitwerkt. De beledigde burger ziet het als een geuzennaam.

De politicus die zich op het pluche aan het Haagse haardvuur wil blijven warmen, is in de weken voor komende verkiezingen bezig stemmen te kopen. Met beloftes, met proefballonnetjes, met leuke kleine cadeautjes in de vorm van rozen of een andere bloem. Hij doet en praat populair[6], wil in de gunst van de potentiële kiezer komen, wringt zich in bochten om als een van het volk te worden beschouwd. In een trui, open overhemd, opgestroopte mouwen, colbertjasje los over de schouder of zonder colbertjasje, de straat afspeurend naar een camera van een van de uitzendgemachtigden, die zijn populaire gedrag in beeld brengt voor de kijker thuis. Zieltjes winnen om herverkozen te worden. Na de verkiezingen, als het resultaat op tafel ligt, bestempelt hij die mensen die hij met populair gedrag zijn politieke huis wilde binnentrekken, weer als klootjesvolk of kiesvee. Gelukkig beschouwt die populair doende politiek correct denkende en doende politicus die zich ineens uitdrukt in de taal van het klootjesvolk zich voor een nakende verkiezing niet als een populist. Nee, hij vertoont alleen tijdelijk en plaatselijk populair gedrag.

Het wordt tijd dat het snel aangebrande deel van het politieke establishment echt gaat optreden als een volksvertegenwoordiger en machtswoorden zonder inhoud, arrogante trekjes, omkooppraktijken en onfatsoenlijk gedrag achterwege laat. Of in Rutte´s woorden Doe toch normaal, anders pleur je maar op.

     —————————————

[1] Bron: Wikipedia.

[2] Opmerkelijk dat in lijn met het motto van de Franse Revolutie broederschap of in de moderne interpretatie veiligheid achterwege wordt  gelaten

[3] O.m. cultuur, afkomst, opleiding, karakteristieken van de geboorteomgeving.

[4] Frans aristocraat, politiek filosoof en socioloog, historicus en staatsman

[5] De buitengewone kwalificatie in termen van talenten en fine fleur van de bevolking laat ik in dit geval buiten beschouwing.

[6] Geliefd, getapt, bewonderd door en bij het volk,  voor het volk verstaanbaar

 

0 0 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties