Vlees noch vis bij Floris van den Berg

Geen vlees noch vis bij Floris van den Berg als het gaat over Identiteitspolitiek. Op zijn persoonlijke uithangbord schrijft Floris van den Berg dat hij atheïst, veganist en een sombere klimaatactivist is. Dat blijkt ook in zijn stellingname en op zich is dat geen probleem.

Afb: Uitgeverij Aspekt

Wat ik wel problematisch vind, is dat hij in zijn kritiek op andersdenkenden een venijnige uithaal doet naar verschillende auteurs die aan de bundel Diversiteit, Identiteit en de ‘Culture Wars’ hebben meegewerkt. Onlangs is deze bundel bij uitgeverij Aspekt in Soesterberg gepubliceerd door prof. Paul Cliteur onder redactie van Perry Pierik.

In zijn essayKritiek op identiteitspolitiek is terecht maar hysterisch en overtrokken van 7 januari 2020 in The Post Online, opent hij met de tussenkop “Nederland is een grotendeels gerealiseerde utopie, een paradijs op aarde”.

Vanuit zijn gezichtspunt gezien zal het daar op lijken, want: er bestaat in de grondwet vastgelegde vrijheid van godsdienst, er zijn geen mensen in ons land die het veganisme willen verbieden en deze stroming groeit nog steeds. Tja, en dat hij somber is over het klimaatactivisme en hun publicaties is ook niet vreemd gezien de elkaar opvolgende tegenstrijdige visies op het klimaat. Dat past natuurlijk niet in zijn stijl van vrolijke en olijke schrijverijen. Afgezien van wat minpuntjes,  is Nederland voor Floris een paradijs op aarde.  En als er mensen zijn die zich over zaken erg kwaad maken, dan is zijn motto “Calm down, wordt eens rustig”, want het zijn lang niet altijd de issues die er werkelijk toe doen. Als voorbeeld noemt hij dan de hysterische toon van de bundel Diversiteit, identiteit en de culture wars.

Niet dat hij het oneens is met de aan de orde gestelde problemen in het boek, maar die toon hè. In zijn essay schrijft hij dat de lezer daar wel de indruk van kan krijgen dat er in Nederland een burgeroorlog woedt, althans dat we aan de rand ervan staan. En ook zou de lezer het idee kunnen krijgen dat het met de politiek in Nederland dramatisch slecht gesteld is……

Dat in Nederland talloze mensen spontaan en steeds vaker georganiseerd te hoop lopen tegen de politieke koers, lijkt voor Floris kennelijk niet belangrijk. De protesten van de boeren over de CO-2 maatregelen, de protesterende ouders die besodemieterd zijn door de ambtenaren van de belastingdienst, de felle demonstraties van voor en tegenstanders van Zwarte Piet, de onrust op universiteiten bij het uitnodigen van voor  links“onwelgevallige” docenten, de mocro-moorden in Amsterdam, het onzinnige proces tegen Wilders, de onrust in dorpen waar steeds meer asielzoekers worden geplaatst, de dagelijkse steekpartijen tussen jongeren,  en ga zo maar door. Dit alles lijkt hem niet te raken of te deren….. want wij leven in een paradijs op aarde, een geweldig land net zoals MP Rutte blaat als hij in Brussel is.

De lijst van gewelddadige conflicten groeit elke dag en het ongenoegen over het wanbeleid van de regering wordt door heel veel mensen gedeeld. Is dit dan allemaal nepnieuws? Waren die tractoren spookrijders, en die huilende ouders in de Tweede Kamer valse acteurs?

Calm down, zegt Floris, het gebeurt wel, maar het is de hysterische toon waarin deze problemen te boek worden gesteld. En natuurlijk wijst hij dan een hoofdschuldige aan: dr Sid Lukkassen “die elk gevoel voor proportionaliteit kwijt is.” …. Floris zegt dat hij verschilt van mening als het gaat om de inschatting van de ernst van de problemen én een aantal van de gesuggereerde oplossingen.

Voor dat Floris echter op de essays van de auteurs ingaat, moet hij nog wel even deugen en duidelijk maken wat zijn positie is bij de discussie over bijvoorbeeld diversiteit. “Het lijkt momenteel of het links-politieke kamp van mening is dat alle diversiteit goed is, behalve dan rechtse diversiteit, want dat neigt, volgens links, naar racisme en fascisme.  …….maar in een gezond politiek debat is de politieke achtergrond van auteurs irrelevant. Het gaat erom te kijken wat de argumenten zijn die worden aangedragen.”

Ja, dat vind ik ook. Maar dat is een uitspraak die helaas vaak wordt gehanteerd als het de spreker uitkomt! Ook  Floris van den Berg houdt zich helemaal niet aan zijn bovenstaande uitspraak, vooral niet wanneer het Sid Lukkassen en Thierry Baudet betreft.  Dus heb ik de door Floris gebruikte citaten opgezocht en me er een oordeel over gevormd.

De inleiding van Paul Cliteur met begint een korte samenvatting van de tekst van Sid Lukkassen. “Lukkassen geeft in zijn bijdrage getiteld De Drang om te Deugen een definitie van het begrip ‘identiteitspolitiek’. Daarnaast geeft Lukkassen een schare aan voorbeelden van identiteitspolitiek en laat hij zien dat identiteitspolitiek een cultuurmarxistisch fenomeen is. De marxistische ‘basis-bovenbouwtheorie’ wordt doorgetrokken naar het culturele domein: er zijn onderdrukkers en onderdrukten, en een onderdrukker kan nooit meepraten over hoe het is om onderdrukt te zijn. Dit leidt tot een onoverbrugbare tegenstelling, die volgens de cultuurmarxistische logica moet verdwijnen. Hiertoe moet de cultuur veranderen en er ontstaat een zogenaamde ‘counter culture’. (inleiding, blz. 10)

Ik heb in de hele tekst van Lukkassen geen hysterische uitspraken kunnen ontdekken, wel veel ernstige feiten en  vervelende gebeurtenissen die ook door de andere auteurs worden ondersteund. Kennelijk bevalt het Floris niet  dat zowel Sid Lukkassen als Perry Pierik aantonen hoe het diversiteitsprobleem is ontstaan  in het cultuurmarxisme. Of Floris begrijpt het gewoon niet omdat hij heel graag wil deugen en daardoor niet in staat is om objectief te lezen wat er staat.

En wellicht bevalt hem ook niet dat er een link wordt gemaakt tussen het cultuur-marxisme en beleving van seksualiteit, in het bijzonder wat Sid schrijft over mannen en het verleidingsspel. Een man die zelf nooit geprobeerd heeft een vrouw te verleiden, heeft ook geen ervaring opgedaan hoe vijandig vrouwen soms kunnen reageren als een aardige man een toenaderingspoging doet. Mijn eigen zoon, best een knappe jongen van eind dertig, vertelde me van zijn ervaringen hiermee. Hij vroeg een vrouw aan de bar die al even naast hem stond, of ze wat wilde drinken. Ze keek hem met bliksemde ogen aan een sneerde boos: “zeg wat denk je eigenlijk wel? Dat je mij kunt versieren?” Hij gedraagt zich nu op hun hoede net als veel anderen, en dat betreft bepaald niet alleen persoonlijk of emotioneel getinte contacten; je moet tegenwoordig overal op je woorden en gedragingen letten, voor je het weet ben je een seksist of racist en discrimineer je de ander. Dat heeft alles te maken met diversity politics en culture wars en dat is bepaald geen vooruitgang, zeker niet voor een opgroeiende generatie.

Wel betrap ik  Van den Berg op een hysterische uitspraak als hij balkt dat Lukkassen nog steeds verslingerd is aan het sprookje van Spengler over de ondergang van het Westen door verweking van de cultuur. Hysterisch omdat hij Sid wil laten ontwaken met een flinke emmer koud water. Er is overduidelijk sprake van twee totaal verschillende wereldvisies, die ook met argumenteren niet op te lossen zijn. Van den Berg is een utopische veganist, een kosmopoliet, die de rationele humanistische visie van de Sid Lukkassen afwijst op basis van zijn eigen gevoel. Niet op basis van argumenten zoals hij eerder stellig beweerde.

Floris’ visie op het wereldgebeuren brengt hij als gedreven en overtuigd docent aan zijn leerlingen en studenten over. Hij citeert een regel uit het essay “De Kathedralenbouwers” van Theo Francken en David Dessin: ‘De geschiedenis van onze beschaving mag geen bron van trots meer zijn, enkel nog van schaamte, een bron van racisme, xenofobie en het patriarchaat.’ Dat is wat hij als docent aan zijn studenten leert.  En daar zit m.i. een probleem want dat is de eenzijdige ultraradicale visie die tegenwoordig door allerlei Social Justice Warriars aan de man wordt gebracht en waar we de Anti-zwartepiet acties, de taalpolitie en de uitsluiting van docenten die een niet-politiek-verhaal te vertellen hebben. Francken en Dessin nemen stelling tegen die idiote ‘weg met ons-ideologie’, die Floris van den Berg juist propageert. Maar om niet al te ver uit evenwicht te geraken, noemt hij

ook de mooie dingen: het ontstaan van mensenrechten, individualisme, liberalisme, socialisme, democratie, emancipatie, ontvoogding van religie en wetenschap. De mooie dingen? Zijn deze zaken dan tot stand gekomen zonder de nodige strijd waarbij veel bloed is vergoten, zoals bijvoorbeeld het socialisme in de Sovjet-Unie?

De mooie mensenrechten? Die in talloze landen nog helemaal niet gerealiseerd zijn, je hoeft alleen maar aan Iran of Saoedi-Arabië te denken. Het is oppassen geblazen als geschiedenis of filosofiedocent, want binnen de kortste keren ben je zo bezig met flink wat ideologie-overdracht!

Ik heb altijd gedacht en ben nog steeds van mening dat het de taak van een docent is om leerlingen en studenten bij te brengen hoe zij zelfstandig onderzoek moeten, hoe zij hun eigen mening, hun eigen denken kunnen ontwikkelen, hoe ze dat kunnen leren door met allerlei mensen in gesprek te gaan, het debat aan te kopen, de tegenstrijdigheden in iemands denken op te sporen.  Maar met een docent als Floris kom je dan toch thuis van een koude kermis: hij fulmineert tegen het essay dat Theo Francken en David Dessin schreven, waarin zij een lans breken voor het Christendom, waarin zij kathedralen en kerktorens zien als ‘symbolen van onze prachtige Westerse beschaving’(pag. 229). Bij Floris roepen ze primair walging op, want hij ziet ze als “religieuze symbolen van achterlijkheid, onderdrukking, antidemocratie en wat al niet meer”. Je zal toch maar een docent hebben die dit in zijn lessen filosofie oreert, zonder blijk te geven van de historische context en de positieve betekenis die het christelijke geloof voor veel mensen heeft (gehad). Opvallend is dan ook nog dat hij synagogen of moskeeën niet in zijn rijtje opnoemt. Is hij bang voor antisemiet te worden versleten?  Of  bang voor kritiek van zijn moslim-studenten?

Floris beantwoordt die laatste vraag zelf al als hij betoogt dat hij wel degelijk bang is voor de islam. Deze uitspraak doet hij in reactie op het essay van Darya Safai. Safay schrijft op pag.110: “Wie de islam bekritiseert, mogen we niet wegzetten als islamofoob, maar moeten we toejuichen.”

Maar hierbij wil Floris wel graag een nuance aanbrengen: het gaat erom of de kritiek op de islam gerechtvaardigd is en in overstemming met morele waarden als de mensenrechten. Darya Safay is hier zeer duidelijk over: “Elke vorm van naïviteit over het islamisme en de islamitische wereld zou onze samenleving fataal kunnen worden. De islam blijft zich verspreiden en is blijkbaar niet te stoppen. Daarom moeten we ons er meer vastberaden dan ooit tegen verzetten.” En Floris citeerde deze krachtige conclusie in extenso. Waarom? Omdat hij het eens is met Darya Safay?

Waar staat Floris van den Berg dan eigenlijk? Hij schrijft met afschuw over christelijke symbolen, maar voor de islam moeten we ons afvragen of kritiek op de islam gerechtvaardigd is.

Waarom stelt hij die vraag ook niet als het gaat over onze christelijke samenleving? Is al die kritiek van de SJW-ers dan wel terecht? Is die wel in overeenstemming met de morele waarden als de mensenrechten? Hier meet hij duidelijk met twee maten, maar ach, dat ziet hij niet of hij vindt dat onbelangrijk. Daarentegen nemen “rechten”  bij Floris een zeer belangrijke plaats in en besteedt hij veel aandacht aan de teksten van Paul Cliteur. Hij geeft Cliteur zelfs een compliment over diens analyse van de identiteitspolitiek: “identiteitspolitiek is gebaseerd op: (i) een morele kritiek op reële misstanden in de wereld (althans ten dele reëel) en (ii)een strategie  waarmee men deze misstanden wil bestrijden”(pag.54). Maar dan komt Floris met een derde punt, nl. een inschatting van de ernst van het probleem.

En daar houdt de instemming van Floris van den Berg  met Paul Cliteur en de overige essayisten op!

Dan geeft Floris zijn visie op hoe de stand van zaken is in Nederland en ik citeer zijn tekst:

  • We leven in een egalitaire, gelijkwaardige samenleving! 
  • Er is een enorme mate van diversiteit en mogelijkheden tot zelfontplooiing
  • Er bestaat maatschappelijke participatie.
  • We zijn het eerste land waar het homohuwelijk werd gelegaliseerd
  • De acceptatie van homoseksualiteit is groot (behalve bij orthodoxe religies).

Als al deze volslagen algemene beweringen helemaal waar zouden zijn, dan zou een man als Floris toch helemaal gelukkig kunnen zijn. Maar ze zijn niet allemaal waar, vooral waar het gaat over intellectuele diversiteit, dat wordt in deze essaybundel goed duidelijk gemaakt, dat kan iedereen die het wil weten, zelf na lezen. De vraag is: waarom maakt Floris van den Berg zich dan toch druk om mensen als Lukkassen en Baudet, die daar heel anders over denken en die kennelijk “nu ook Cliteur al hebben doen afdwalen in de krochten van het cynisme”. Zou Prof. Cliteur echt niet zelf kunnen nadenken? Zijn teksten in deze bundel spreken mijns inziens voor zich.

Dus is er wat anders aan de hand: Van den Berg is niet gelukkig, want hij stikt van de haatgevoelens: “ik haat alle vormen van onderdrukking waar Nederland zich aan schuldig heeft gemaakt en zich nog schuldig aanmaakt. Ik haat de bio-industrie en iedereen die er aan meewerkt. Maar ik ben tegelijkertijd blij om in Nederland te leven en ik wil eraan werken om Nederland een nog beter land te maken met minder slachtoffers.”

Slachtoffers: daar zit Van den Berg over in. Er moeten minder slachtoffers worden gemaakt, zo min mogelijk slachtoffers. Dat herhaalt hij in zijn essay verschillende keren Hij weet dat dit utopisme is en dat natiestaten een pragmatische noodzaak zijn om hier vorm aan te geven maar hij ziet in de Europese Unie een betere mogelijkheid om minder slachtoffers te maken door de mensenrechten in en groter verband te implementeren in de wereld.

Floris van den Berg doet aan wensdenken en inspireert zijn leerlingen en studenten tot wensdenken, tot wegkijken van de politieke conflicten en problemen, tot beschuldigen van iedereen die het niet met zijn visie eens is.

Floris schrijft dat hij het liefst gezien zou hebben dat de artikelen van Theo Francken en David Dessin over het christendom, niet in het boek waren opgenomen. Paul Cliteur had ze als redacteur van het boek moeten weigeren…… Dat is gelukkig niet gebeurd.

Uit dit voorbeeld komt duidelijk naar voren dat Floris van den Berg helemaal niets begrepen heeft van intellectuele diversiteit, het belang en de noodzaak om talloze vormen van diversiteit toe te staan. De inleiding van het boek begint hier nota bene mee met de nodige  kanttekeningen.

Kennelijk heeft hij hier overheen gelezen in zijn gedrevenheid om met Paul Cliteur in te stemmen, te deugen, en om auteurs als Sid Lukkassen, Thierry Baudet van FvD af te zeiken.

Ik schreef ik de koptekst:  het is geen vlees noch vis als het gaat over identiteitspolitiek bij Floris van den Berg.  Deze vrolijke veganist weet nog niet waar hij staat, hij kan nog alle kanten op buigen en het is dankzij de belaagde  intellectuele diversiteit dat we nog steeds kennis kunnen nemen van zijn giftige geschrijf.


.

Abonneer
Laat het weten als er
1 Reactie
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
r dunki
9 maanden geleden

Na zeven en twintig eeuwen van intellectueel bona fide filosofie, geeft dit boze, geborneerde activistje de filosofie slechts een slechte naam met zijn ongestelde – dat kan tegenwoordig toch? – geleuter. Helaas is filosofie geen beschermd beroep!