Weerstand en passie

De politieke misstanden in de wereld heb ik even naast me neergelegd en heb me geconcentreerd op de huidige problematiek van het Nederlandse Voetbal.

Afb: pixabay

Ik leefde twee delen lang in de veronderstelling dat de driedelige reportagereeks “Staat van Nederland” op NPO 2 een spoorboekje wilde voorleggen van de route die het Nederlandse voetbal zou kunnen volgen om de trap naar boven trede voor trede te bestijgen. Het is me niet meegevallen. Wat mij was opgevallen in de voorgaande twee delen heb ik vastgelegd in twee artikelen nl.”Up Hill Droom” en “Wijsneuzen”.

Uit het eerste deel van “Staat van Nederland” werd helder dat een topspeler een combinatie van intelligentie, talent en intuïtie zou zijn. Karakteristieken om creatief en innovatief te zijn. Noodzakelijk om in het veld te kunnen vaststellen wat en waar veranderd moet worden om het spel te doen kantelen. Zo´n speler heeft geen behoefte aan een coach die aan de zijlijn druk loopt te gebaren en te schreeuwen wat speler X of speler Y in het veld zou moeten doen. Die heeft ook geen behoefte aan een coach die vijf en twintig opdrachten aan een speler geeft die na de derde opdracht alles is vergeten en de rest van de wedstrijd loopt te bedenken wat die vierde opdracht ook was. Geen speler die met de handrem aangetrokken loopt te voetballen, maar die zijn acties hoofdzakelijk laat sturen door zijn instinct en intuïtie. Een speler die van mening is dat de bal herhaaldelijk breed of diep spelen verboden moet worden.

In het tweede deel had een wetenschapper ontdekt waar het in Nederland verkeerd ging. De betreffende wetenschapper had drie tekortkomingen ontdekt: manier van verdedigen, de snelheid van het spel a.k.a. het operationele tempo[1] en de aanvalsstrategie[2]. Die aspecten konden verbeterd worden door het toepassen van een zoneverdediging in plaats van mandekking, de bal niet eindeloos rondspelen in de achterste lijn inbegrepen het frequent inschakelen van de keeper, het operationele tempo opstuwen om de tegenstander op zijn zwakste punt aan te kunnen pakken en de aanval vanuit het midden sturen afgerond met voorzetten die niet hoog voor de pot worden gegooid maar door een speler vanaf de achterlijn naar het gebied rond de penaltystip wordt teruggetrokken. Het zijn tekortkomingen die de gemiddelde voetbalfan allang heeft ontdekt en dus niet echt wereldschokkend genoemd kunnen worden.

In beide delen ontbreekt de identificatie van de speler die in staat is iets meer te bezitten, de regisseur. Zolang spelers niet over de noodzakelijke intelligentie, talent en intuïtie beschikken die het mogelijk maken om de bedoelingen van de tegenstander te doorzien en te neutraliseren middels veldbezetting variëteiten (de echte kenner drukt dat uit in systemen), veranderen van het operationele tempo en aanpassing van de positie van veldspelers, blijft het sappelen met het Nederlands elftal. De huidige bondscoach merkte het al op “het wordt tijd dat de spelers zelf de oplossing in het veld vinden en doorvoeren”. Die uitspraak geeft inhoud aan dat iets meer en accentueert dat Nederland een speler mist met dat iets meer. Zo´n speler of zulke spelers zou resp. zouden in Nederland een verademing zijn. Zo´n speler was Nouri en die zal helaas nooit meer op het veld te bewonderen zijn.

In het laatste deel van de driedelige rapportage werden opnieuw mogelijke innovaties op het scherm getoverd en vooral Qatar blijkt al 14 jaar bezig te zijn een wetenschappelijke omgeving te creëren om een of meerdere topvoetballers uit de reageerbuis te toveren. Top experts uit de hele wereld zijn met zakken geld aangetrokken om die virtuele omgeving in elkaar te schroeven. Uit de huidige positie van het nationale elftal – 100 – blijkt het land daarin nog niet echt succesvol te zijn geweest. In België blijken ze al jarenlang op een andere manier naar het talent te kijken dan voorheen. In de voorheen periode lieten de scouts zich vooral leiden door het fysieke groot en kracht en vielen de kleintjes vaak uit de boot. Hoewel uit de rapportage niet echt duidelijk werd wat het onderscheid tussen nu en voorheen feitelijk was, blijkt wel dat die andere manier van scouten, naast de fysiek sterke spelers als Vertonghen, Kompany en Aldewereld, kleinere Belgische topvoetballers als de broers Hazard, Mertens en Carasco heeft opgeleverd. Hun status bij topploegen als Chelsea, Napoli en Atletico Madrid bevestigt dat zij inderdaad de bovenlaag van het voetbal hebben bereikt.

Dat groot en sterk heb ik voor middenveld en buitenspelers niet echt begrepen. Kijkend naar de top achterspelers op de flanken lijkt me dat helemaal een misvatting. In de top tien van de beste voetballers lopen heel wat kleintjes rond: Messi, Xavi, Iniesta, Dybala, James etc. zijn niet echt de grootste en krachtigste spelers op het plein. In Nederland is die status alleen toegemeten aan een ouder wordende, blessure gevoelige, in de herfst van zijn carrière verkerende Robben bij een topploeg als Bayern. Stopt Robben dan is het voorshands voorbij met Nederlandse topvoetballers.

Ook in Nederland is de wetenschapper ondersteunend bezig bij twee clubs nl. PSV en AZ, waar Toon Gerbrands nieuwigheden heeft in en doorgevoerd. Ook in Nederland houdt men zich bezig met een andere scoutingmethode op basis van verjaarmaanden. Een methode die door een Australische wetenschapper is uitgedacht en door geen enkele Nederlandse BVO is opgepikt en ingevoerd. Ja, de KNVB wel, maar het is onduidelijk wat die ermee wil doen. Overigens heeft die methode gelet op kampioenschappen en aantal spelers bij vertegenwoordigende nationale selecties blijkbaar bij PSV nationaal wel enige effect gesorteerd. Het beeld in een internationale context is voorshands nog mistig.

Het aantrekkelijkste deel van deze derde rapportage was de visie in IJsland Daar vinden ze kunstgras een uitkomst en hebben ze geen problemen met het gegeven dat voetballen op kunstgras meer op zaal dan op veldvoetbal lijkt en de oorzaak kan zijn van ernstige enkel, knie en rug blessures. Gezien het weer op IJsland lijkt me dat een verstandige keuze als het voetbal zich niet wil beperken tot de maanden dat de velden bespeelbaar zijn. Het belangrijkste was de uitspraak die twee IJslandse voetbalbegeleiders zich lieten ontvallen: het moest de jeugd niet te makkelijk gemaakt worden binnen en buiten de krijtlijnen. Trainen buiten. Ook als het weer tegenzit. Jammer dat het kunstgrasveld dan weer wel de jonge voetballer gunstig gezind is. Uit eigen ervaring heb ik kunnen constateren dat trainen op een bevroren veld onder poolachtige temperaturen (winter van 1963!) zijn charme heeft. Weerstand leidt tot doorzettingsvermogen. Wat mij betreft hadden de makers ook naar Italië, het Iberisch schiereiland en de Balkan kunnen gaan. Die drie hebben namelijk iets gemeen wat bij Nederlanders absoluut ontbreekt: passie. Passie geeft extra energie. Vergelijk de manier waarop spelers uit die regio´s hun volkslied beleven, maar eens met hoe Nederlanders daarmee omgaan. Timide, schaamte, energieloos.

Wat bleef bij het bekijken van deze derde rapportage achter? Leuk al die ondersteunende aspecten om het individu beter te maken, maar wat zie je van al die wijsneuzerigheid terug op het veld? Is Qatar er veel beter van geworden? Is het potentieel aan goede Nederlandse jonge voetballers uitgebreid? Hebben we eindelijk die Nouri´s weer op het veld zien voetballen? Hoelang duurt het volgens de wetenschappers voordat het Nederlands elftal zich weer bij de beste tien voetbal landen kan voegen? Het zijn vragen die door het programma Staat van Nederland niet worden gesteld en dus niet worden beantwoord. Geen diepgaande analyse van de effecten van intelligentie, talent, intuïtie, iets meer, weerstand en passie voor de verbetering van de kwaliteit van de Nederlandse voetbal en voetballer. Jammer, een kans gemist om binnen een coherent raamwerk de weg te wijzen naar de gewenste opwaardering van de kwaliteit van speler en team. Ik zou bijna stellen: zonde van het geld en de energie die in het programma is gestoken.

——————————————-

[1] Samenhang van psychische denksnelheid, fysieke snelheid van de speler en snelheid van de bal

[2] Overigens kan bij een voetbalwedstrijd die nog geen 90 minuten duurt, geen sprake zijn van een strategie in het veld. Ook het woord strategie is net als de term held slachtoffer geworden van betekenis inflatie.

 

U kunt ons volgen op social media en wij stellen uw 'like' zeer op prijs.:

3 comments for “Weerstand en passie

  1. Rene Oterdoom
    11 juni 2018 at 15:15

    Moet dat nu echt?

    Voetbal zelfs op Sta Pal?

  2. charlef
    11 juni 2018 at 16:21

    Zo kan ik ook een paar onderwerpen van jou opnoemen. Moet dat nu echt? Laat de redacteur dat maar bepalen.

  3. Rene Oterdoom
    11 juni 2018 at 17:16

    Het is inderdaad heel goed mogelijk om iemand met een ad hominem of via een u-bocht of een jij-bak te repliceren. Waar het mij om gaat, is dat ik al 24/7 met voetbal bestookt word en als dat zelfs op een politiek-kritische website geplaatst gaat worden waar ik mij voor inzet, terwijl er al voetbalkaterns in kranten zijn, voetbaltijdschriften, voetbalwauwelprogramma’s, voetbalzenders, voetbalwebsites en alles wat er verder nog maar naar voetbal riekt, dan begint het onderhand lichtelijk te irriteren.

    En ga nu alsjeblieft niet antwoorden dat er een meerderheid is aan voetballiefhebbers, want als er ten onzent 2,1 mln mensen naar Oranje kijken, kijken er 15 mln níet. Het zou prettig zijn als er wat meer aandacht aan andere sporten werd besteed. Als de NOS 1 minuut per jaar aan bijvoorbeeld schermen besteedt, is het veel. Dan is het niet verwonderlijk dat niemand meer gaat schermen, want niemand kent het nog.

    Leestip: “How football sounds to people that don’t care”.

    Panem et circenses…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
13 × 5 =


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.