Het prijskaartje van vrijheid en veiligheid

Op 9 november 1989 vond de Val van de Berlijnse Muur plaats, die het einde inluidde van het ruim veertig jaar oude machtsevenwicht én spanningsveld tussen het Oostblok en de westerse wereld. Omdat de Nederlandse krijgsmacht binnen NAVO-verband vier decennia lang hoofdzakelijk met de blik op het Oostblok was gericht, behoudens het koloniale conflict rond Nederlands Nieuw-Guinea en een tweetal VN-missies in Korea en Libanon, werd een herstructurering en een nieuwe taakstelling noodzakelijk bevonden.

Afb: wikimedia-commons

Die kwamen tot uiting in de Defensienota 1991 ‘Herstructurering en verkleining’. Minister van Defensie A.L. ter Beek kondigde in de nota onder meer een forse inkrimping van de Koninklijke Landmacht aan. Hij gaf daarnaast aan dat deelname aan VN-vredesoperaties een belangrijke rol ging vervullen in het toekomstige defensiebeleid. 11 Luchtmobiele Brigade werd speciaal opgericht voor het uitvoeren van vredesmissies. Deze brigade moest dienst gaan doen in het Rapid Reaction Corps van de NAVO. Daar bovenop zou het defensiebudget met een miljard gulden gekort gaan worden, oftewel, zoals het eufemistisch genoemd werd, het ‘innen van het vredesdividend’.

Toen de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Couzy, in 1992 een kritische noot had laten horen in een interview met NRC-Handelsblad, werd hij door Ter Beek gedwongen een loyaliteitsverklaring te tekenen. Generaal Couzy had in het betreffende interview gezegd dat er binnen de Landmacht op dat moment honderd reorganisatieprojecten liepen en dat het functioneren van de Landmacht ernstig in gevaar zou komen als daar op korte termijn nog een ingrijpende herstructureringsgolf overheen zou komen. Een Kamerlid merkte daarover op: ‘Generaals zijn er om troepen te commanderen, niet om politiek te bedrijven’, hetgeen overigens meteen aangeeft wat de taak van politici dan wel is. De herstructurering waar generaal Couzy voor vreesde, kwam er, in de vorm van de beruchte  Prioriteitennota van januari 1993 die onder meer het einde inluidde van de opkomstplicht van dienstplichtigen, een jaar later gevolgd door het regeerakkoord van het eerste kabinet-Kok (Paars-I) waarin Defensie wederom bijna een miljard gulden aan bezuinigingen kreeg opgelegd. De toenmalige Chef Defensiestaf, generaal Van der Vlis, kon zich daarmee niet verenigen en legde zijn functie neer.

Sinds die tijd heeft de krijgsmacht geen moment meer gekend om de veren te schudden en ook onze militairen zelf kennen al lange tijd geen zekerheid meer door het voortdurende gemorrel aan sociale zekerheden en secundaire arbeidsvoorwaarden. Hierbij dient men te bedenken dat veel beroepsmilitairen in een tijd waren opgekomen dat de taakstelling van de krijgsmacht significant  verschilde met wat het moest gaan worden. De sterkte van de krijgsmacht is sinds de Defensienota van 1991 met meer dan 60.000 man aan militair- en burgerpersoneel afgenomen. De ene reorganisatie is nog niet afgelopen of de volgende wordt alweer in gang gezet en dat terwijl het werk, zowel op het nationale als het internationale vlak, gewoon doorgaat. De krijgsmacht werd gedwongen om te gaan  budgetteren. Officieren veranderden van commandanten in calculerende managers. Het defensiebudget is gedaald van 3,1% van het BNP in 1989, via 2,1% in 1993 naar  1,1% van het BNP nu – als er enkele oneigenlijke taken, die wel door Defensie uitgevoerd worden,  buiten beschouwing worden gelaten, zelfs op 0,8% –  en de bodem van die put is al lang en breed zichtbaar. Vele hoogeplaatste (oud-)commandanten hebben in diverse media meermalen te kennen gegeven dat de defensieorganisatie kraakt en piept in al zijn voegen. Het tekort aan allerlei materieel en het gevolg daarvan, leentjebuur spelen bij de geallieerde partners, heeft de Nederlandse krijgsmacht al het etiket  ‘beggar’s army’ opgeleverd. Niet iets waarop de politiek trots behoeft te zijn, want de Nederlandse krijgsmacht wordt – ondanks de enorme inventiviteit en loyaliteit van haar personeel – hiermee de risée van de NAVO.

Aan een goed functionerend defensie-apparaat hangt een prijskaartje, maar dit prijskaartje is wel de verzekeringspremie voor onze vrijheid en onze veiligheid. De gewone man in de straat zal er in eerste instantie niet veel van merken; per slot heeft de verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied een lagere prioriteit gekregen na de Val vande Muur en de ineenstorting van het Sovjet-imperium en tevens omdat vrijheid en veiligheid nu eenmaal onmeetbare en abstracte begrippen zijn. Maar men dient zich wel goed te realiseren dat er voor de krijgsmacht veel meer taken bestaan dan alleen de grondverdediging: Nederland heeft zich gecommitteerd aan internationale overeenkomsten met onder meer de VN, de NAVO, de EU en (tot 2011) de WEU en dat brengt verplichtingen met zich mee. Daarnaast is er nog het nationale optreden, waarbij met name de Explosieven Opruimingsdienst en de Bergings- en Identificatiedienst (beter bekend onder de foutieve noemer ‘gravendienst’) regelmatig in het nieuws komen. De nationale operaties behelzen echter veel meer dan alleen maar het zandzakken vullen bij overstromingen, het te land en ter zee onschadelijk maken van explosieven, het escorteren van ongeïdentificeerde vliegtuigen met de daarvoor paraat staande F-16’s of het zoeken naar veldgraven of vermisten, dan wel het beveiligen van kustlijnen, (lucht)havens of grensovergangen.

Natuurlijk valt het te begrijpen dat de Nederlanders de voorkeur geven aan kwalitatief onderwijs, een deugdelijke infrastructuur en een goed functionerende gezondheids- en bejaardenzorg. Maar als Nederland daarnaast tevens de vrijheid en de veiligheid van haar burgers moet kunnen blijven garanderen, zullen er keuzes gemaakt moeten worden en die zullen niet iedereen bevallen. Het moet nu echt eens afgelopen zijn met de benepen boekhoudersblik. Defensie kan en mag nooit de sluitpost van de Rijksbegroting zijn. De geschiedenis heeft al meerdere malen uitgewezen dat het bijzonder onverstandig is om op defensie te bezuinigen – niet alleen in tijden van crisis, met de Beurskrach van 1929 en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog als meest aangehaalde voorbeeld, maar ook bij ernstige verstoringen van het mondiale machtsevenwicht.

Nu de economische schaarste aan grondstoffen toeneemt door een stijgende vraag daarnaar door landen zoals onder meer China, dat zowel haar internationale belangen alsmede haar krijgsmacht doorlopend aan het uitbreiden is en haar defensiebudget drastisch heeft verhoogd van 45 miljard dollar in 2007 tot maar liefst 233 miljard dollar in 2020 (gepland), naast de aspiraties van het Rusland van president Poetin weer een supermacht te worden en de Amerikaanse boodschap aan Europa om de eigen gevechtsbroek eens op te gaan houden, gaat de politiek er niet aan ontkomen om te herinvesteren in een deugdelijke en op zijn taak berekende krijgsmacht. Het voornemen daartoe van de diverse politieke partijen in de aanloop naar de komende Tweede Kamerverkiezingen mag dan ook niet eindigen als op 16 maart a.s. de stemmen geteld zijn.

Om nog maar eens een beroemd gedicht van generaal Spoor aan te halen, dat aan actualiteit nog steeds niets heeft ingeboet:

‘Wij wenden ons tot God en Jan Soldaat

als hoge nood en bitt’re strijd ons wacht

De nood voorbij, het land in vredesstaat

vergeten is de Heer, en Jan Soldaat veracht’

 

 

U kunt ons volgen op social media en wij stellen uw 'like' zeer op prijs.:

2 comments for “Het prijskaartje van vrijheid en veiligheid

  1. 26 februari 2017 at 09:03

    Eigenlijk zou het prijskaartje een jaarlijkse indexering van de Defensiebegroting moeten zijn, zodra die op orde is (2% norm NAVO). Het is van God los dar de regering zo lichtzinnig omspringt met veiligheid…

  2. Hans Riepe
    28 februari 2017 at 09:30

    Heb dit artikel gekopieerd en op mijn FB site geplaatst. Vind dit stuk gewoon goed

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
12 ⁄ 3 =