Een bestuurder hoeft niet alles te weten

De afgelopen weken maak ik dan ook iets mee wat voor mij als politicus best bijzonder is.

Sinds 2018 ben ik actief in de gemeentelijke politiek. Jarenlang was ik degene die vragen stelde aan bestuurders. Die kritisch doorvroeg. Die wilde weten waarom iets gebeurde, wat het doel was en hoe een besluit vervolgens werd uitgevoerd.

Afb: BVNL-Enschede

Nu zit ik aan de andere kant van de tafel

Nu ik mogelijk aan de andere kant van de tafel kom te zitten, realiseer ik me opnieuw wat goed bestuur volgens mij betekent.

Als kandidaat-wethouder van Berkelland voer ik gesprekken met fractievoorzitters, raadsleden en andere betrokkenen. En dan merk je hoe anders het is om zelf de vragen te krijgen.

Overigens ervaar ik die gesprekken vooral als waardevol. Wat mij positief verrast, is de openheid waarmee de gesprekken worden gevoerd. En ook de waardering die ik vanuit verschillende hoeken krijg voor wat ik de afgelopen jaren in Enschede heb gedaan. Niet alleen vanuit de raad, maar ook vanuit mensen die zelf bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen.

Dat maakt deze fase voor mij bijzonder leerzaam
Een vraag die daarbij regelmatig terugkomt is de vraag naar mijn gebrek aan bestuurlijke ervaring binnen een overheidsorganisatie.

Dat klopt

Ik heb nog geen ervaring als wethouder. Die ervaring kan ik ook niet wegredeneren. Wel heb ik leidinggevende ervaring, ervaring met bedrijfsvoering, ondernemerschap en bestuurlijke verantwoordelijkheid. En natuurlijk neem ik mijn ervaring als raadslid mee.

Maar misschien is er een belangrijker punt:
Een bestuurder hoeft niet alles te weten.

Sterker nog: ik zou het zorgelijk vinden als een bestuurder denkt dat hij het beter moet weten dan iedereen om hem heen.

Een ambtenaar die jarenlang aan een dossier heeft gewerkt, zal vrijwel altijd meer dossierkennis hebben dan een wethouder die het dossier voor het eerst krijgt. Dat is geen probleem. Dat is juist hoe een professionele organisatie hoort te werken.

De vraag is dus niet wie de meeste kennis heeft

De vraag is wat je met die kennis doet

Voor mij begint dat met luisteren. Doorvragen. Verschillende belangen en perspectieven naast elkaar leggen. Begrijpen wat juridisch, financieel en organisatorisch mogelijk is. En vervolgens een bestuurlijke afweging maken.

Daarbij vind ik dat we soms te snel naar de HOE-vraag willen
Hoe gaan we het doen?
Welke ambtenaren gaan ermee aan de slag?
Welke planning maken we?
Welke middelen hebben we nodig?

Dat zijn belangrijke vragen. Maar ze komen wat mij betreft pas nadat twee andere vragen goed zijn beantwoord.

WAAROM doen we dit?

En:

WAT willen we daarmee bereiken?

De waarom-vraag gaat over het doel en de motivatie. De wat-vraag over de inhoud en het gewenste resultaat. Pas daarna komt de hoe-vraag: de methode en de aanpak.

Dat klinkt misschien logisch. Toch zie ik in de praktijk hoe gemakkelijk we die volgorde omdraaien. De hoe-vraag voelt namelijk prettig. Hij is concreet. Er komt een planning, een projectgroep, een budget en uiteindelijk misschien een mooi plan.

Maar een goed uitgevoerde verkeerde keuze blijft een verkeerde keuze.

Daarom begint goed bestuur voor mij bij het helder krijgen van het doel en het gewenste resultaat.

En daar ligt niet alleen
een verantwoordelijkheid
voor een wethouder

Ook de gemeenteraad heeft daarin een belangrijke rol. In Berkelland is dat bovendien nadrukkelijk onderdeel van de gekozen bestuursstijl. Het raadsprogramma 2026-2030 legt de nadruk op samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hele gemeenteraad. Niet één vaste meerderheid die vooraf alles bepaalt, maar per onderwerp zoeken naar brede steun.

Dat betekent ook dat een wethouder niet zelfstandig de politieke richting bepaalt.

De raad bepaalt de kaders. Het college bestuurt binnen die kaders. De ambtelijke organisatie zorgt voor deskundige voorbereiding en uitvoering. En vervolgens controleert de raad of datgene wat democratisch is afgesproken ook daadwerkelijk gebeurt.

Dat vraagt om verschillende rollen, maar vooral om duidelijkheid over die rollen.

Mijn verantwoordelijkheid als bestuurder zie ik daarom vooral in luisteren, belangen afwegen, uitleggen waarom keuzes worden gemaakt en ervoor zorgen dat democratisch genomen besluiten daadwerkelijk worden uitgevoerd.

En ja, daar hoort ook bij dat je soms moet zeggen dat iets niet kan.

Maar dan moet je ook kunnen uitleggen waarom het niet kan en welke mogelijkheden er wél zijn.

Uiteindelijk gaat het voor mij om iets heel eenvoudigs.

Een bestuurder hoeft niet alles te weten

Een bestuurder moet wel weten wat hij niet weet, waar hij de kennis kan vinden, welke vragen hij moet stellen en wanneer hij verantwoordelijkheid moet nemen voor een besluit.

Daar wil ik mij aan houden als ik het vertrouwen krijg om bestuurder van Berkelland te worden. En mocht mijn politieke toekomst uiteindelijk toch in Enschede blijven liggen, dan verandert dat uitgangspunt niet.

Ook als kritisch en betrokken raadslid blijft voor mij dezelfde bestuursfilosofie leidend: weten wat je niet weet, luisteren, afwegen en verantwoordelijkheid nemen.

Daarbij ben ik nu eenmaal ook een gevoelsmens. Dat betekent niet dat gevoel de plaats van feiten of argumenten inneemt, maar wel dat ik aandacht heb voor wat er onder de oppervlakte speelt en voor wat situaties met mensen doen.

Niet door alles zelf te willen bepalen, maar door ervoor te zorgen dat de juiste kennis, de juiste mensen en de juiste politieke afweging samenkomen.

Want uiteindelijk wordt goed bestuur niet bepaald door wie het meeste weet.

Of je nu in Enschede aan tafel zit of in Berkelland: beide zijn onderdeel van Nederland. Goed bestuur wordt uiteindelijk bepaald door wat je met die kennis doet.

5 1 stem
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er

2 Reacties
A .. R Girbes ert.
14 dagen geleden

“” Een bestuurder hoeft NIET ALLES te weten “”, schrijft de heer Versteeg . Daar ben ik het zeker mee eens ……… maar de bestuurder MOET WEL weten wat zijn doelstellingen zijn en is de doelstelling in het belang van Nederland( Enschede) . Dat is een keiharde eis . Dat betekent , dat doodzieke krachten op hem wordt afgevuurd en dat hij bij zijn doelstellingen blijft . Compromissen sluiten die niet in het belang van Nederland is uit den boze . En dat eist “” overredingskracht “ en de gave iets duidelijk te kunnen uitleggen . Gezien columns van de heer Versteeg heeft hij daarmede het theoretische examen naar mijn overtuiging goed gedaan . Immers : Hij was een luis in de pels bij het linkse blok . Natuurwetten zijn voor iedereen gelijk , maar niet iedereen kan daar mee omgaan en derhalve zal Versteeg er rekening mee zal moeten houden dat niet iedereen een gelijk “” denkplafond “ heeft . In dergelijke gevallen zal de “” overredingskracht “ dominant zijn om de doelstellingen te bereiken . De overredingskracht zal per definitie nodig zijn inzake immigratie omdat “” het linkse blok” alsook het CDA het woord erbarmelijk ruimer interpreteert dan nodig is en ontstaat uit het gevoel ( fenomeen) van ambivalentie . Ook het gelijkheid – ideaal is mijns inziens een dooddoener omdat “” gelijkheid niet bestaat .” De heer Versteeg heeft gelukkig een uitstekende gave van “” deduceren en combineren “ zoals hij dat in zijn columns heeft gebracht . Ik wens hem heel veel vernuft en intellectuele dominantie . Nederland heeft dat hard nodig .

mgjb
14 dagen geleden

Met deze zelfreflectie voorspel ik dat het goed gaat komen.

En nooit boos worden als sommige partijen gaan sarren. Twee verschillende ideologieen gaan ooit botsen. En dan wint er een. Alles samenroeren tot een grijze brij door geen keuzes te maken of teveel uitzonderingen introduceren loopt altijd fout af. Heldere keuzes zonder stiekeme deals worden uiteindelijk geaccepteerd.

Ik wens u veel succes en hoop dat we een aantal updates gaan krijgen.