Het is een woord dat je in de politiek steeds vaker hoort. Alsof niet de werkelijkheid, maar het beeld van die werkelijkheid bepalend is geworden.
Volgens verschillende beleidsmakers en beleidsambtenaren op sleutelposities stellen wij als Belang van Enschede te veel artikel 35-vragen.
De boodschap was helder: stel minder vragen. Dat levert minder werk op, zorgt voor minder negatieve beeldvorming en is bovendien beter voor je eigen politieke positie.
Ik zie dat fundamenteel anders

Want feiten negeren uit angst voor verkeerde beeldvorming, is óók een vorm van framing. Misschien zelfs de meest gevaarlijke. Niet de vragen veroorzaken de beeldvorming, maar de gebeurtenissen die aanleiding geven om die vragen überhaupt te stellen.
Artikel 35-vragen zijn voor ons geen doel op zich. Ze zijn een democratisch controlemiddel. Een middel om informatie boven tafel te krijgen wanneer inwoners, ondernemers en uiteindelijk ook raadsleden vastlopen in een bestuurscultuur waarin antwoorden steeds moeilijker lijken te worden dan procedures.
Dat zien we terug in meerdere dossiers.
Het dossier Ardesch. Een dossier dat al speelde tijdens mijn vorige (2018 – 2022) raadsperiode. Hier de gestelde vragen en de status d.d. 8-7-2026
Het dossier Zorgvilla. Eveneens een dossier dat al jaren (tevens de periode 2018 – 2022) loopt. Hier de gestelde vragen met antwoord en de status d.d. 8-7-2026
Het dossier etnisch profileren en discriminatie, nadat een van de vermeende gedupeerden contact met mij opnam. Hier de gestelde vragen met antwoorden en de status d.d. 8-7-2026
En inmiddels ook het dossier rechtszekerheid, behoorlijk bestuur en handhaving bij woningsplitsingen.
Vier totaal verschillende dossiers.
Met één opvallende overeenkomst.
Steeds weer lijken inwoners en ondernemers tegenover een overheid te staan die vooral haar eigen handelen verdedigt, in plaats van te zoeken naar een oplossing.
Woningsplitsing als voorbeeld
Het dossier woningsplitsingen is daarvan misschien wel het meest recente voorbeeld.
Tijdens de actualiteitenvragen bleek de verantwoordelijke wethouder niet eens bekend te zijn met een brief van het Rijk die juist voor dit dossier van groot belang was. Hij zegde toe alsnog met ons in gesprek te gaan.
Dat gesprek heeft nooit plaatsgevonden.
Wel werd ik later gebeld door een juridisch medewerker met de mededeling dat zij had begrepen dat wij graag een gesprek wilden voeren.
Mijn reactie was dat een gesprek inmiddels weinig zin meer had. Er lag immers al een duidelijke uitspraak van de klachtencommissaris.
Een uitspraak die er niet om liegt.
Het college erkent vervolgens dat processen en communicatie aangepast moeten worden. Daarmee wordt feitelijk bevestigd dat er fouten zijn gemaakt.
Maar vervolgens verandert er voor de betrokken inwoner niets.
De procedure wordt aangepast.
De communicatie wordt verbeterd.
Dat is geen menselijke maat. Dat is risicobeheersing.
Maar ook blijven de gevolgen van het eigen handelen volledig bij degene die door dat handelen is geraakt. Juist dát is voor mij de reden geweest om vervolgens 34 artikel 35-vragen te stellen.
Mooie woorden zijn eenvoudig op papier te zetten. De echte menselijke maat blijkt pas wanneer een overheid bereid is haar eigen fouten daadwerkelijk te herstellen.
Niet omdat ik graag vragen stel.
Maar omdat het op dat moment het enige democratische instrument is dat mij als raadslid nog resteert. En dan ontstaat er blijkbaar discussie over de beeldvorming.
Maar laten we eerlijk zijn
Die beeldvorming ontstaat niet doordat een raadslid vragen stelt.
Die ontstaat doordat bestuurders problemen laten voortbestaan, toezeggingen niet nakomen en fouten wel erkennen, maar niet herstellen.
Dat is een wezenlijk verschil.
Het zal mij er dan ook niet van weerhouden mijn controlerende en volksvertegenwoordigende taak uit te voeren.
Integendeel.
Na de bestuurlijke aanval die eerder zelfs op mijn integriteit werd ingezet, merk ik alleen maar dat mijn motivatie groter is geworden.
Want uiteindelijk gaat dit niet over mij.
Het gaat over inwoners en ondernemers die verwachten dat hun overheid rechtvaardig handelt. Dat sluit ook naadloos aan bij wat de gemeente zelf onder de menselijke maat verstaat:
“Het vermogen om in beleid en uitvoering op onpartijdige wijze rekening te houden met concrete behoeften, belangen en omstandigheden van de burger, waarbij het recht op menselijke waardigheid uitgangspunt is.”
Voor mij geldt die menselijke maat niet alleen voor inwoners.
Ook ondernemers verdienen een overheid die eerst zoekt naar oplossingen en pas daarna naar juridische gelijkhebberij.
Juist daar zie ik het steeds vaker misgaan.
Te vaak lijkt het systeem belangrijker dan de mens.
Te vaak lijkt het beschermen van het eigen bestuurlijke gelijk belangrijker dan het herstellen van onrecht.
En precies daar zit misschien wel het grootste probleem van onze bestuurscultuur. Wie zich drukker maakt over de vragen dan over de antwoorden, kiest uiteindelijk niet voor transparantie maar voor beeldvorming.
Conclusie
Een vogelpoep op een auto is vervelend, maar daar maak je de krant niet mee. Het probleem ontstaat wanneer je elke nieuwe vogelpoep niet opruimt, maar uitsmeert. Dan gaat het uiteindelijk niet meer over één incident, maar over de stank diarree die je zelf hebt laten ontstaan.
Zolang bestuurders zich meer zorgen maken over de beeldvorming dan over de feiten die deze beeldvorming veroorzaken, verandert er uiteindelijk niets.
Ik zal daarom ook na het zomerreces dezelfde vragen blijven stellen. En nee, ook tijdens het reces verdwijnen deze dossiers voor mij niet tijdelijk in een la omdat het stadhuis met vakantie is.
Meer tijd nemen is begrijpelijk. Maar een democratische controle kent geen zomerstop.
Niet om de beeldvorming.
Maar omdat inwoners en ondernemers recht hebben op een overheid die bereid is zichzelf kritisch te bekijken. En zomer reces is leuk maar in geen enkel reglement van orde staat dat de gemeente politiek op slot gaat. Het is ook niet iets wat inwoners zouden moeten accepteren.
Meer tijd nemen, prima, maar niet vanuit deze beredenering.
Want een overheid die kritiek probeert te beheersen, in plaats van fouten te herstellen, verliest uiteindelijk iets veel belangrijkers dan haar imago.
Zij verliest het vertrouwen van haar inwoners.

