Misschien spreken we nog steeds niet precies genoeg. Volgens recente dreigingsanalyses van de AIVD behoort jihadistisch terrorisme nog altijd tot de belangrijkste terroristische dreigingen voor Nederland.
Europol rapporteert jaarlijks tientallen verijdelde en uitgevoerde jihadistische complotten binnen Europa. In Frankrijk patrouilleren sinds 2015 permanent militairen ter bescherming van scholen, kerken en publieke instellingen.
Dat zijn geen sentimenten. Dat zijn feiten. Toch slagen we er nauwelijks in om het onderliggende ideologische vraagstuk helder te benoemen. We spreken over “radicale islam”. Daarna over “islamisme”. Maar misschien blijft ook dat nog aan de oppervlakte.
Misschien moeten we preciezer analyseren wat hier precies ter discussie staat.
De cijfers die het debat bepalen

Europol laat zien dat jihadistisch geïnspireerd terrorisme in de afgelopen tien jaar verantwoordelijk was voor het grootste aandeel van de dodelijke terroristische aanslagen in Europa. Wereldwijd wijst onder meer de Global Terrorism Index op het dominante aandeel van islamistisch gemotiveerde groeperingen in het hedendaagse terrorisme.
Wie dat benoemt, bedrijft geen stigmatisering.
Wie het ontkent, ontkent de realiteit.
De vraag is niet óf er een ideologisch probleem bestaat. De vraag is waar het precies geworteld is.
De stichter als norm
Binnen de klassieke islamitische traditie geldt Mohammed als al-insān al-kāmil: het volmaakte voorbeeld. Volgens de traditionele bronnen was hij niet alleen prediker, maar ook wetgever, rechter en militair leider. Hij voerde oorlogen, sloot verdragen, liet tegenstanders executeren en verdeelde buit.
Dat historische gegeven is op zichzelf geen moreel oordeel. Het was de zevende eeuw.
Maar hier ontstaat de moderne spanning: wanneer een historische figuur niet alleen religieus voorbeeld is, maar ook politiek en juridisch model, krijgt diens handelen blijvende normatieve betekenis.
Daar ligt mogelijk de kern van het probleem.
Misschien moeten we daarom niet uitsluitend spreken over “islamisme”, maar analytisch preciezer zijn. Zoals politieke ideologieën vaak worden aangeduid met een -isme wanneer het denken en handelen van een stichter normatief wordt — denk aan stromingen die hun naam ontlenen aan Marx of Lenin — zo zou men hier kunnen spreken van Mohammedanisme: een systeem waarin het leven en handelen van Mohammed niet slechts inspiratie is, maar norm.
Dat is geen waardeoordeel over gelovigen, maar een poging tot conceptuele helderheid.
De erfenis in de praktijk
Hedendaagse terreurgroepen beroepen zich expliciet op Koran, Hadith en het voorbeeld van Mohammed. Hamas, Hezbollah, Al-Qaida, IS, de Taliban, Boko Haram, Al-Shabaab en anderen presenteren hun handelen niet als afwijking, maar als terugkeer naar de oorsprong.
Zij vormen samen het meest omvangrijke jihadistisch geïnspireerde terroristische netwerk van deze tijd.
Hun leiders claimen geen breuk met de traditie. Zij claimen trouw eraan.
Wie dat patroon negeert, begrijpt het fenomeen niet.
Religie en politieke totaliteit
Sommige religies zijn uitsluitend geloofssystemen. Andere omvatten tevens recht en staatsorde. Denkers als Spinoza en Tocqueville wezen erop dat religie politieke macht kan legitimeren en maatschappelijke gehoorzaamheid kan structureren.
Wanneer religie ook wetgeving omvat, rijst onvermijdelijk de vraag: wie is uiteindelijk soeverein — God of het volk?
In een democratische rechtsstaat kan daar maar één antwoord op zijn.
Geen aanval op mensen, wel analyse van ideeën
Het is essentieel om onderscheid te maken tussen mensen en ideeën.
Burgers zijn dragers van rechten; ideologieën zijn dragers van normatieve aanspraken.
Het bestaan van gematigde gelovigen heft een ideologisch vraagstuk niet op.
Wanneer religieuze normen aanspraak maken op politieke suprematie, ontstaat spanning met de democratische rechtsstaat — ongeacht welke religie het betreft.
Moderniteit als breuk
De moderniteit bracht iets radicaal nieuws: scheiding van kerk en staat, individuele rechten, wetgeving door volksvertegenwoordiging.
In Europa was die ontwikkeling langdurig en conflictueus. Religie moest zich terugtrekken uit directe staatsmacht.
De vraag is of en hoe een traditie waarin religie, recht en politiek oorspronkelijk één geheel vormden, zich volledig kan voegen naar een pluralistische rechtsorde waarin wetgeving uitsluitend democratisch gelegitimeerd is.
Die vraag is niet vijandig. Zij is onvermijdelijk.
Het echte debat
De vraag is eenvoudig, maar fundamenteel:
Kan een traditie waarin religie, recht en staatsmacht ooit één geheel vormden — en waarin het voorbeeld van de stichter normatief blijft — zich werkelijk voegen naar een pluralistische rechtsstaat?
Die vraag verdient een eerlijk antwoord.
Zonder dat antwoord bestrijden we incidenten, maar ontwijken we het fundament.
En dat kunnen we ons, gezien de feiten, niet langer veroorloven.
Een democratie die fundamentele vragen uit angst vermijdt, ondermijnt haar eigen weerbaarheid.
Open samenlevingen blijven juist sterk door vragen niet te verbieden, maar te doordenken.
.

Prof. dr. David Pinto, publicist,
Hoogleraar-directeur
Intercultureel Instituut-ICI,
Expert Inburgering,
Diversiteit en Inclusie (IDI)
www.davidpinto.nl
prof.davidpinto@gmail.com
.
.
.
.
David Pinto en Paul Cliteur zijn auteurs en redactievoerders van o.a. het boek ‘Moord op Spinoza‘, gepubliceerd door Aspekt Uitgeverij BV, Soesterberg.



Vreemd, of juist niet, want aangehaalde zaken zijn al decennia bekend. Dus waarom importeert West-Europa in dat geval nog steeds lieden uit islamitische culturen, terwijl er bekend is dat men hiermede de cultuur, de democratie en het welzijn op ernstige wijze schaadt en ondermijnt?
Naar mijn mening wordt hier een bewuste agenda uitgevoerd, een agenda die op demografische zelfmoord duidt.