Na mij de zondvloed (1)

Europa hoorde een week geleden een Secretaris–generaal van de NAVO met een  twijfelachtige politieke erfenis in Den Haag, enthousiast – wellicht is opgelucht een betere karakterisering – kraaien: “Would you ever think that this would be the result of this summit if he would not have been re-elected president? … I think he deserves all the praise”.

Blijkbaar had hij nog steeds niet in de gaten dat de 3,5%+1,5% BBP een kaalslag zal veroorzaken bij welvaart en welzijn, van veel zo niet alle  Europese NAVO-lidstaten. Bij verwezenlijking van die nieuwe NAVO-norm zal het huidige stervensproces van de verzorgingstaat ten einde lopen. Die vaststelling is niet nieuw en politici en militaire autoriteiten die in tijdshorizonten van 4 jaar denken, liggen er geen nacht wakker van. Die dromen “na mij etc.”

Realiteit versus wensdenken; cijfers versus onderbuikgevoelens

Die twee bovengenoemde categorieën negeren de voor de hand liggende realiteit: Europa moet de effecten van het sinds 1991 opsouperen van het vredesdividend, binnen drie resp. vijf jaar (afhankelijk van de voorspellende politicus, denktank en militaire expert) ombuigen. In die periode moet Europa een door Brussel en Mons bestuurde geloofwaardige gevechtskracht beschikbaar en inzetbaar hebben die een afschrikkend effect heeft op Moskou en Beijing.  “Moet kunnen” volgens hen; in mijn beleving: “dat gaat het niet worden”. .

Afb: Pxhere

Ieder weldenkend mens beseft dat de afruil van veiligheid tegen welzijn een niet te realiseren up hill battle is. Waarom? Door de effecten van krimpende geboortecijfers, de veel en te vaak genoemde effecten van de vergrijzing, de – door de soepele en ruimhartige benadering van migratie en asiel veroorzaakte – demografische verschuiving en in het verlengde de groeiende kosten om de westerse verzorgingstaat modellen staande te houden, de niet gestandaardiseerde wapenindustrieën en de niet-bestaande koppeling tussen wapenindustrie en logistieke ondersteuning van een krijgsmacht op de vier militaire niveaus. Daarom – en dat zal in de volgende teksten nog duidelijker worden.

Die realiteit blijkt nog steeds niet doorgedrongen te zijn bij verantwoordelijke bewindslieden en door de overheid gesubsidieerde denktanks. Die – levend in een parallelle wereld en gespeend van enige realiteitszin – lopen juichend de polonaise door de burelen van nationale regeringsgebouwen en NAVO hoofdkwartieren verspreid over het Europese continent. Die slaan elkaar grijnzend op de rug en houden data die in andere taal spreken angstvallig in hermetisch afgesloten archieven. Wat je niet ziet is er niet en als je het zelf niet hebt bedacht, kan het ook nooit kloppen. Bekende militaire uitspraken uit de mond van politici en militaire denkers en kenners.

De cijfers op een rijtje gezet[i]. In 2024 besteedden Europese lidstaten samen ruim  $693 miljard. Dat getal presenteerde echter een vertekend beeld, omdat ook de uitgaven van Moskou – $149 miljard – daarbij waren ingecalculeerd . Dat is nogal merkwaardig  gezien het feit dat Europese politici Rusland als de grootste bedreiging voor de Europese samenleving  beschouwden. In feite spenderen Europese lidstaten dus “slechts” $454 miljardaan defensie (waarbij niet het hele bedrag wordt gebruikt om de gevechtskracht te versterken). Bijna 30% van de totale NAVO besteding.

De VS daarentegen besteedde in 2024 ruim $ 997 miljard of 66% van de totale NAVO besteding. Geen wonder dat Washington zijn “vrienden” in Brussel herhaaldelijk heeft verweten, te weinig aan hun eigen veiligheid te werken. Vertaald als percentage van het BBP blijkt Moskou meer te spenderen aan Defensie dan Europese lidstaten samen. Verwacht wordt dat die in 2025 ongeveer 2,04% van het verzamelde BBP (dat is althans de voorspelling) in hun defensie zullen steken; Moskou besteedt bijna 7,5% van zijn BBP in aan defensie-inspanningen.  Herstel van die onbalans dwingt tot extra geld in het defensiebudget.

Uitgaande van die cijfers zouden Europese lidstaten hun jaarlijkse defensiebestedingen met nog eens $ 270 miljard of 32% moeten verhogen om enige pariteit met Moskou te kunnen realiseren en de vraag is dan waar dat bedrag vandaan moet komen. Waar moet worden beknibbeld of geschoven met geld naar het defensiebudget?

Andere factoren van invloed

De genoemde $454 miljard is echter geen homogeen bedrag in een kluis, maar ligt verspreid in de kluizen van Europese lidstaten. Ieder met een eigen militaire cultuur vertaald in communicatie, doctrines, selectie, opleiding , trainingsnormen en tijdsduren; vuur -, slag- en gevechtskracht configuraties; bij het gros van de lidstaten op vredesomstandigheden gebaseerde certificatie- en validatienormen waar veiligheid prioriteit heeft boven effectiviteit; logistieke stelsels die niet zijn gekoppeld aan een of meerdere (inter-) nationale wapenindustrieën en op in de bewapening aanwezige systemen afgestemde reactietijden en closure rates.

Nationale krijgsmachten met hun eigen militaire bureaucratie, aankoopstructuren en nationale richtlijnen; met uiteenlopende normen voor aan te houden voorraden munitie, reservedelen en directe ruilcomponenten; verschillende personeelsvolumes en kwaliteiten die wel en niet gestuurd worden door een dienstplicht voor mannen en vrouwen.

Dat gebrek aan doelmatigheid en effectiviteit proberen Europese politici te maskeren en te masseren door van krijgsmachten te eisen dat ze standaardiseren naar het interoperabiliteit – en niet naar het commonaliteit niveau. Het gevolg is dat de verzamelde Europese gevechtskracht niet zoals de Russische en Amerikaanse tegenhanger een uniform, maar een mozaïek karakter heeft met vervelende consequenties voor effectiviteit, doelmatigheid en interrelaties van resp. tussen  betreffende krijgsmachten. Ook worden niet in alle lidstaten net als in de VS en intussen ook Rusland en China defensiebudgetten compleet besteed aan een op alle operationele en logistieke niveaus gestandaardiseerde militaire structuur met een mondiale reikwijdte. 

Amerika en Rusland hebben sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog enorme bedragen geïnvesteerd in defensie en voortdurend gezocht naar verhoging van de gevechtskracht in termen van effectiviteit, afgestemd op een veranderende veiligheidsomgeving. Beide krijgsmachten bezitten een solide basis bestaande uit de combinatie infrastructuur, techniek en technologie en institutionele kennis, vaardigheid en ervaring. Niet alleen op papier zoals de meeste Europese krijgsmachten nog steeds doen, maar in de praktijk, waarbij de Russische krijgsmacht door zijn vechtend leren en lerend vechten vermogen in de achterliggende drie jaar afstand heeft genomen van de Amerikaanse versie.

Europese politici en militaire autoriteiten lijken niet te beseffen dat het militaire generaties heeft geduurd, bloed, zweet, tranen  en  slachtoffers in eigen rijen en volumineuze investeringen en exploitatie bedragen heeft gekost om die krijgsmachten op het huidige gevechtskracht niveau te krijgen. Die tijdintensieve en in diverse opzichten kostbare inspanningen kunnen niet zomaar gekopieerd worden.

Ook blijken huidige westerse wapensysteem configuraties als Leopard-1 en -2, Abrams-1, Challenger-2, Bradly etc. niet beantwoorden aan de eisen van het moderne gevecht en meer voor de showroom en aandeelhouders gebouwd te zijn. Er zullen dus nieuwe robuustere configuraties bedacht en geproduceerd moeten worden, waarbij het gevaar aanwezig is dat ze door tijdintensieve processen tactisch verouderd zijn als ze in nationale krijgsmachten opgenomen worden. Zie de JSF/F-35 wier blauwdruk uit het einde van de jaren ’90 dateert, de configuratie tactisch en technologisch niet aan operationele-, logistieke- en veiligheideisen voldeden en herhaaldelijk aangepast moest worden. Het gevolg? Pas na 25 jaar kan de serieproductie starten en is het initiële investeringsbedrag door die operationele-, technisch/technologische- en logistieke manco’s 750% hoger geworden.. Vermoedelijk zullen de exploitatiekosten gekoppeld aan de tactische levensduur, navenant groeien.

Omdat krijgsmachten van Midden-Europese lidstaten door de overstap van Warschau naar Brussel niet ouder zijn dan 30 jaar, ontberen ze nog de broodnodige operationele en logistieke ervaring. Traditionele NAVO-lidstaten die zich sinds de val van de Berlijnse Muur hebben geconcentreerd op bezuinigingen; deelname aan moderne en traditionele vredesoperaties in Europa, Noord Afrika en Midden Oosten en sterk beïnvloed zijn door – voor moderne oorlogsomstandigheden – ongewenste ontwikkelingen in de samenleving,  ontbreekt het ook aan de noodzakelijke kennis en ervaring en vooral de noodzakelijke psychische instelling, morele moed en  mentale weerbaarheid om successen te kunnen bereiken in de moderne oorlogvoering[ii]

De huidige toestand van de wapenindustrie als afsluiting van deze subparagraaf. In diverse nationale regeringssteden wordt gekraaid over een gestandaardiseerde Europese wapenindustrie alsof het draait om het op lengte houden van het gras van een sportveld. In Rusland werken bijna 5 miljoen mensen in de wapenindustrie, die op oorlog en niet zoals in het westen op vredesbasis is gestoeld. Door de bank genomen worden producten voortdurend aangepast aan veranderende omstandigheden in de gevechtsruimte en er wordt bijna drie keer zoveel geproduceerd als bij de complete westerse wapenindustrie. 

De huidige juichverhalen over de – op papier geschreven – verhoging van nationale defensiebudgetten – en het accepteren van de 5%BBP norm, onderstrepen de wanhoop om de door westerse politici bewuste vernietiging van noodzakelijk gevechtskracht in de nabije toekomst te compenseren en de wensdroom om pariteit met de VS en Rusland te realiseren.  Gaat in de aangegeven tijdsduur niet lukken.

(Wordt vervolgd)


[i] Bijdrage van Antonio Graceffo (economie en veiligheid analist) d.d. 30 juni 2025 op de website https://www.thegatewaypundit.com

[ii] Zoals die uitbundig wordt beschreven in artikelen in die materie gepubliceerd op de website van stapal.

5 2 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er

1 Reactie
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
mgjb
6 maanden geleden

Die JSF kost ca 100 mln per stuk. En het is een politiek gedrocht. Allemaal leuke hebbedingetjes zijn er tijdens de design ( en later) door politici en defensie hobbyisten aan vastgeplakt.
Nergens lees ik wat het onderhoud van die krengen kost en de infrastructuur om ze in de lucht te houden.
Ik kom uit de olie en gas business en daar berekenden wij ALTIJD voor elk groot project de TCO ( total cost of ownership). Ministers en aanhang worden graag gefeteerd bij de aankoop van dit soort dingen en vergeten dan dat er wat bijkomende kosten zijn. Het zou mij niet verbazen als die extra kosten over de komende 25 jaar minimaal 4x zo hoog zullen zijn.
Maar dat is niet leuk om over te debatteren en het zijn problemen voor hun opvolgers, dus bestaan niet.

Ik weet zeker dat de officieren die de KMA hebben doorlopen en hun collega’s in andere landen met soortgelijke opleiding precies weten hoe de vork in de steel zit. Helaas wordt hen de mond gesnoerd door opportunistische politici die de waarheid gewoon nooit willen horen. En met de vuist op tafel slaan of klokkenluider worden betekent einde carriere en erger.

Het blijft ‘Yes minister’. Het favoriete programma van Maggie Thatcher.

Charles, blijf ze schrijven, het is nodig!