Waarom geen Minister van ICT?

Onze overheid en ICT zijn geen goede combinatie. Dat is ook weer gebleken bij de coronaregistratie door de GGD’s: een paar medewerkers verkochten informatie met NAW-gegevens en BSN-nummers. De vraag waarom wij in ons land nog geen Minister van ICT hebben is daarom logisch in dit digitale tijdperk.

Databasedokter René Veldwijk beschreef op de website Geenstijl vrij uitgebreid de ongekende rotzooi bij het UWV rond automatisering in een feuilleton. Het lijkt er sterk op dat de leiding van het UWV een soepele automatisering bewust frustreert om redenen die opvallend vaak te maken lijken te hebben met bevoordeling van enkele grote marktpartijen en het in stand houden van zoveel mogelijk ‘bullshit’ banen. Als dat bij het UWV al zo is, dan moet de situatie bij andere (semi-) overheidsdiensten niet veel anders zijn. Het is een machtig mooie speelplek voor ambtenaren en andere ambts- en machtsfetisjisten omdat toch niemand weet hoe dergelijke systemen ècht in elkaar zitten.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw kreeg mijn bedrijf twee mooie opdrachten van semioverheidsinstellingen voor de levering van PC’s en toebehoren. De leukste was een computer leslokaal voor een instelling die zich bezighield met de sociale re-integratie van mensen die voldoende onfortuinlijk waren geweest om mentaal wat achter te lopen. Nadat er een offerte uit was gebracht, kwam de boodschap dat er een heel andere offerte moest komen; er was besloten om bij drie bedrijven offertes aan te vragen die elk weer drie typen PC’s moesten omvatten, waarbij die PC’s nauwkeurig omschreven onderdelen moesten bevatten…

Toen ik de drie bijgevoegde boodschappenlijstjes onder ogen kreeg en door had genomen was het mij wel duidelijk. Ik schreef de instelling een kort briefje, met daarin de boodschap dat “wij ons niet in de automatisering van speeltuinen” bevonden en daarom af zouden zien van offreren. Er was namelijk geen sprake meer van de oplevering van een computerlokaal, maar van een stuk of wat masjientjes die wel ‘kek’ stonden in een gemiddelde tienerkamer: een zooitje spelcomputers. Helaas, daar waren wij te fijn voor gebouwd.

De hevig ontdane directrice nodigde mij daarop al uit voor een gesprek nog voordat de postbode weer op zijn fiets zat. Daarbij zou ook de penningmeester aanwezig zijn, omdat hij de lijstjes had opgesteld en, naar haar oordeel, dus wel heel veel verstand van computers moest hebben. Zo gezegd, zo gedaan en na wat inleidend gebabbel kwam ik erachter dat de penningmeester drie kinderen had, waarvan de oudste twee – jongens – 17, respectievelijk 15 jaar oud waren. Het kwartje viel bij mij onmiddellijk. Op de vraag van de directrice waarom wij niet zouden offreren kon ik kort zijn; de bedoeling betrof oorspronkelijk een computer-leslokaal en niet een stuk of wat spelcomputers met een paar kabels eraan. Het woord ‘spelcomputers’ schoot bij de penningmeester direct in het verkeerde keelgat en ik wist meteen dat mijn onderbuik het goed had gehad; de beide zoons van de man bleken de drie modellen te hebben samengesteld. Ik herhaalde het nog maar eens: “meneer, wij zitten nu eenmaal niet in de automatisering van kinderspeelplaatsen”.

Eenzelfde probleem doet zich nu voor bij andere (semi-) overheidsinstanties, ditmaal met software. De techniek van de techreuzen is telkens hetzelfde: verkoop zoveel mogelijk een standaard-applicatie en zorg ervoor dat de bedrijfsspecifieke aanpassingen er veel zijn; heel veel graag. Dat zijn namelijk de latere consultantopbrengsten die, naast de opleidingskosten voor het personeel, vaak een veelvoud zijn van de aanschafprijs van de hele rotzooi. De ‘penningmeesters’ vragen dus om spelprogramma’s maar de toeleveranciers spelen die spelletjes dolgraag zelf. Bij de big-tech zijn ze daarom beslist aan het goede adres. Een groot voordeel is daarnaast de pluriformiteit in dat segment van de markt en het grote kennisverschil tussen aanbieders en afnemers. Een Ministerie die de randvoorwaarden voor automatisering opstelt en handhaaft is daarom geen overbodige luxe, omdat met name het kennisverschil tussen koper en verkoper verkleind kan worden in het voordeel van de koper.

Een bedrijf in het MKB heeft mede om bovenstaande redenen een eigen ICT-afdeling. Het laat zich vragen waarom de overheid, gelet op de aaneenschakeling van blunders op dit terrein, nog niet op het idee is gekomen daarvoor een Ministerie in te richten. Voor vluchtelingen en niet bestaande milieuproblemen is kennelijk geld genoeg, dus waarom dan de automatiseringsproblemen niet grondig aanpakken?


Abonneer
Laat het weten als er
1 Reactie
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Ravian
7 maanden geleden

Een “ministerie voor ICT” behoeft vakkundig personeel, een ministerie voor “vluchtelingen” of “millieu” kun je echter met volslagen idioten bemensen.
En terwijl er van die laatste categorie in de ambtenarij zat rond lopen zul je die vakbekwame exemplaren er met een lampje moeten zoeken…