Wijsneuzen

Het artikel “Up hill droom” eindigde met de vaststelling die ik uit het eerste deel van het programma “De staat van Nederland” had getrokken. Een vaststelling waarvoor ik eigenlijk niet eens dat programma had hoeven te bekijken.

Johan Cruyff. Afb: Diego AbGa / wikimedia-commons.

Een vaststelling die mijn generatie in het pre-Cruijf tijdperk (de jaren ´60) door het voetballen op straat, plein en landje had getrokken. De vaststelling dat een topspeler een combinatie van intelligentie, talent en intuïtie en iets meer is. Noodzakelijke karakteristieken om creatief en innovatief te zijn. Dat meer zal aan het einde van het artikel uit de verf komen.

Het spel

Vandaag zag ik het tweede deel van de Staat van Nederland en daarin werd geschilderd waar het in Nederland de afgelopen decennia verkeerd is gegaan. Van de getrokken conclusies kan een speler van mijn generatie grijze haren krijgen. Waar draaide het om? Een of andere deskundige was na een diepgaande studie tot de ontdekking gekomen dat het draaide om drie grote tekortkomingen: de manier van verdedigen, de snelheid van het spel a.k.a. het operationele tempo[1] en de aanvalsstrategie[2]. Twee van die drie observaties kan aan de kwaliteit van de coach toegeschreven worden. Blijkbaar wil hij dat het team op die manier verdedigt en aanvalt. Aan de andere kant kan ook gesteld worden dat spelers en team niet de kwaliteiten hebben om op een andere manier het spel van aanval en verdediging te spelen. Het operationele tempo heeft m.i. meer te maken met de kwaliteit van het individu en het team. Volgens de heren die deze nieuwe wijsheden verkondigden, zou het allemaal goed komen als die tekortkomingen werden aangegrepen en verbeterd.

Wat en hoe moest er verbeterd worden? Zone verdediging in plaats van mandekking, de bal niet eindeloos rondspelen in de achterste lijn inbegrepen het frequent inschakelen van de keeper, het operationele tempo opstuwen om de tegenstander op zijn zwakste punt aan te kunnen pakken en de aanval vanuit het midden sturen afgerond met voorzetten die niet hoog voor de pot worden gegooid maar door een speler vanaf de achterlijn naar het gebied rond de penaltystip wordt teruggetrokken. Ook misten die wereldvernieuwers de creatieve spits die in de kleine ruimte de juiste voortzetting kon vinden om zijn ploeg aan de felbegeerde winst te helpen. In die opsomming zal de echte fijnproever de plaats en timing van het schot op het doel missen. Dat is in de Nederlandse competitie een stiefkindje aan het worden. Dat er gestuurd moet worden vanuit het middenveld is een waarheid als een koe. Iedereen kan zien dat het aanspelen van een buitenspeler of een spits of welke naam zo´n voorhoede speler ook krijgt, door een achterspeler, die voorhoedespeler vervolgens is gedwongen om de bal met zijn rug of zijkant naar het doel van de tegenstander aan te nemen. Dan resten hem nog maar drie opties: terugspelen, breed spelen of de bal verliezen. Het operationele tempo is weg, de spelers staan stil, de tegenstanders is georganiseerd en de verrassing verdwenen.

Vanwaar die grijze haren?

Volgens mij kan iedere voetballiefhebber die zich wekelijks door weer en wind de tribunes ophijst, dat rijtje tekortkomingen zonder aarzelen en stotteren vlot opnoemen. Je hoeft geen expert te zijn om vast te stellen waar het tegenwoordig aan schort. Die constateringen zijn daarom niet echt wereldschokkend te noemen en juist daarom was deze aflevering van de “Staat van Nederland” teleurstellend. Vergelijk een wedstrijd van het Nederlands elftal uit de jaren ´70 met een wedstrijd uit de huidige periode te vergelijken en die drie vaststellingen rollen er uit. Wat ik in het programma bijvoorbeeld miste, was een antwoord op de vraag waarom Cruijff in de WK finale 1974 tegen West Duitsland zo´n kardinale denkfout maakte. Waarom liet hij zich herhaaldelijk uit de spits terugzakken en plooide het team na de 1-0 zo vaak terug. Uit de mond van Johan is mij dat nooit duidelijk geworden. Verrassend was dat andere coryfeeën die het spel op het veld op veranderde omstandigheden konden afstemmen, niet thuis gaven. Het gevolg? Een Nederlands elftal dat geen schim van de voorgaande wedstrijden was.

Wanneer de aangedragen “oplossingen” net zo rigide en consistent worden beoefend en doorgevoerd als de huidige, wordt opnieuw het verrassingselement het slachtoffer. Het doet me denken aan de schooloplossingen die ik op roze papier tijdens mijn twee jaar op de Hogere Krijgsschool kreeg voorgetoverd. In die teksten werden gevechtsomstandigheden die de krijger in de praktijk zou tegenkomen afgestemd op de op papier vastgelegde randvoorwaarden om een schooloplossing helder en begrijpelijk voor de cursisten over de bühne te voeren. Op mijn voorstel een paar jaar later om die schooloplossingen eens in de praktijk uit te laten voeren om vast te stellen of zij ook zouden resulteren in het gewenste resultaat, kreeg ik nul op rekest. Vermoedelijk bang dat het resultaat het heilige geloof in hun deskundigheid zou doen wankelen.

De regisseur

Zolang spelers niet over de noodzakelijke intelligentie, talent en intuïtie beschikken die het mogelijk maken om de bedoelingen van de tegenstander te doorzien en te neutraliseren middels veldbezettingsvariëteiten (de echte kenner drukt dat uit in systemen), het veranderen van het operationele tempo en aanpassing van de positie van veldspelers, blijft het sappelen met het Nederlands elftal. De huidige bondscoach merkte het al op “het wordt tijd dat de spelers zelf de oplossing in het veld vinden en doorvoeren”. Die uitspraak geeft inhoud aan dat iets meer en accentueert dat Nederland een speler mist met dat iets meer.

Iedere professionele voetballer kan zijn zwaktes verbeteren en sterktes optimaliseren door oefening en toewijding. Niet iedere speler heeft dat iets meer. Een speler, een regisseur die kan vaststellen wanneer, waar druk op de bal of op de man gezet moet worden; wanneer, waar en op wie mandekking toegepast moet worden; wanneer, waarom overgegaan moet worden op een zone dekking; wanneer, waar de veldbezetting omgegooid en het operationele tempo verhoogd of vertraagd moet worden. Het opvallende in de Nederlandse competitie is dat geen Nederlandse speler die kwaliteiten lijkt te bezitten en het Nederlandse voetbal het meer van spelers met doorzettingsvermogen moet hebben dan van lenig denkvermogen met leiderscapaciteiten.

Zolang het Nederlandse voetbal de intuïtieve, out of the box denkende voetballer in de ban doet en hoofdzakelijk kiest voor de simpele, opdrachten van de trainer perfect uitvoerende met ijzeren longen uitgeruste doorzetter, zal het Nederlandse voetbal armlastig blijven. Uit eigen ervaring weet ik hoe deprimerend het effect is als zo´n speler voortdurend te horen krijgt dat hij eigenwijs, dus moeilijk te hanteren is en daarom terzijde wordt geschoven.

Uitvinder en voetbaljaartelling?

Was Cruijff nu echt de uitvinder, de vernieuwer van het voetbal? Start de voetbaljaartelling inderdaad bij het Nederlandse optreden in de jaren ´70? Twee vragen die zullen resulteren in verhitte discussies van wijsneuzen, ervaringsdeskundigen en voetbalkenners. Ik kan ook andere minder bekende vernieuwers noemen die amper in de openbaarheid zijn getreden zoals Wim Janssen in Nederland. Misschien heeft van Hanegem gelijk door te stellen dat een aantal spelers tijdens een van de oefenwedstrijden tot dat concept is gekomen.

Dan het begin van de voetbaljaartelling. Men kan ook stellen dat de voetbaljaartelling bij het Braziliaanse voetbal in de jaren ´60 is begonnen m.n. het WK in Mexico of het Spaanse of Duitse voetbalteam in het huidige millennium. Wat die perioden gemeen hebben is een hoog operationeel tempo, vooruit voetballen, variatie in spelpatronen, creativiteit, voortdurend bewegende spelers en ploegen met tenminste een speler die dat iets meer bezat. In die perioden bezaten meerdere spelers inzicht, overzicht, lenig denkvermogen en autoriteit om het spel te sturen en op het veld te besluiten de tegenstander linksom of rechtsom te omtrekken dan wel dwars door het midden te gaan en teamgenoten ervan te overtuigen die beslissing uit te voeren. Uitspraken over een uitvinder en voetbaljaartelling zijn niet meer dan interessant doenerij en lossen de problematiek niet op.

Kritiekloos en gevoelig voor kritiek

Het Nederlandse voetbal moet spelers niet dwingen om met de handrem aangetrokken te voetballen, maar moet juist hun instinct en intuïtie stimuleren. Er is m.i. ook geen behoefte aan coaches die aan de zijlijn druk lopen te gebaren en te schreeuwen. Wanneer een coach denkt dat hij spelers – gechargeerd gezegd – vijf en twintig opdrachten moet geven om hem te laten functioneren dan is er iets mis in de opleiding en vorming van spelers. Gegeven hun bevattingsvermogen is het gros van de spelers na de derde opdracht alles vergeten en de kans is aanwezig dat hij de rest van de wedstrijd loopt te bedenken wat die vierde opdracht was. Er is geen behoefte aan spelers die niet kunnen omgaan met gefundeerde kritiek. Het Nederlandse voetbal heeft spelers nodig die de intelligentie, het inzicht, het overzicht, het lenige denkvermogen en de natuurlijke autoriteit bezitten de tegenstander op het verkeerde been te zetten om de wedstrijd in het eigen voordeel te kunnen beslissen.

Vandaag (2 juni) las ik een aantal uitspraken in de column van Jaap de Groot, waarmee ik het feitelijk eens kan zijn: “Zelfs op het hoogste niveau kunnen spelers blijkbaar niet voorkomen dat ze door de ondergrens zakken. Om wedstrijden, waarin de vorm van de dag ontbreekt, toch schadevrij door te komen. Dat is niet altijd onwil, het is ze onvoldoende bijgebracht. Omdat er in Nederland veel over topsport wordt gepraat, terwijl het nauwelijks wordt begrepen:” De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij ook de hand in eigen boezem had moeten steken. Spelers die een keer in de vijf tot tien wedstrijden een aardige prestatie op de mat leggen, worden door media en regelmatig in diverse kennersprogramma´s optredende experts, als een nieuwe topspeler aan de belastingbetaler gepresenteerd. Geen wonder dat de betreffende speler zich als de lang gezochte redder van het Nederlandse Voetbal beschouwt, irreële eisen gaat stellen en vooral niet tegen kritiek kan. Zolang die trend niet wordt doorbroken kan de Nederlandse voetballiefhebber een kruis zetten door een deelname aan de volgende WK.

 ————————————————–

[1] Samenhang van psychische denksnelheid, fysieke snelheid van de speler en snelheid van de bal

[2] Overigens kan bij een voetbalwedstrijd die nog geen 90 minuten duurt, geen sprake zijn van een strategie in het veld. Ook het woord strategie is net als de term held slachtoffer geworden van betekenis inflatie.

 

U kunt ons volgen op social media en wij stellen uw 'like' zeer op prijs.:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
32 ⁄ 8 =


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.